Voetplaat (1029)


Software version: 2020

Laatst bijgewerkt February 5, 2020 by Construsoft NL ts-support@construsoft.com

Software version: 
2020
Environment: 
Netherlands
Netherlands enu

Voetplaat (1029)


Systeemcomponent Voetplaat (1029) wordt gebruikt voor het plaatsen van voetplaten onder kolommen.

Gemaakte objecten

  • Voetplaat
  • Vulplaten (optioneel)
  • Steunplaat (optioneel)
  • Aangepast profiel (optioneel)
  • Extra profielen die de ankers verbinden
  • Ankers
  • Bouten
  • Extra componenten (optioneel)
  • Lassen

Gebruiken voor

Situatie Beschrijving
Detail van eenvoudige voetplaat
Detail van een voetplaat met schotjes
Detail van een voetplaat met:
  • Rechte ankers
  • Malplaat
  • Extra profielen die de ankers met elkaar verbinden
Detail van een voetplaat betonkolom met inkassingen

Voordat u begint

Modelleer een kolom.

Volgorde van selectie

1. Selecteer het hoofdonderdeel (kolom).
2. Wijs de positie aan (= onderzijde voetplaat).
    Het voetplaatdetail wordt automatisch gemaakt.

Onderdeelidentificatiecode


  Onderdeel
1 Voetplaat
2 Vulplaten (optioneel)
3 Schotjes (optioneel)
4 Malplaat (optioneel)
5 Ankers (optioneel)
6 Ankerplaat (optioneel)
7 Extra profiel op ankerplaten (optioneel)

Tabblad Afbeelding


 

Optie Beschrijving
1 Afstand van de flens tot de rand van de voetplaat. Voer een negatieve waarde in om de voetplaat groter te maken.
2 Lengte van optioneel aangelaste profiel. Het aangelaste profiel wordt alleen gemaakt als een profiel is gedefinieerd in het tabblad Onderdelen.
3 Verplaatsing van de schotjes evenwijdig aan het lijf van de kolom. Alleen van toepassing indien de schotjes gemaakt worden (tabblad Schotjes).
4 Horizontale offset aangelast profiel vanaf het hart van de kolom.
5 Verticale offset aangelast profiel vanaf het hart van de kolom.
 6 Plaatsing. Hiermee wordt gedefinieerd of de voetplaat gecentreerd onder scheve kolommen wordt gepositioneerd. Vooral voor de uitlijning van schuine kolommen:

 

Tabblad Onderdelen

In tabblad Onderdelen worden de afmetingen opgegeven van de voetplaat, vulplaten, het schoenprofiel en de plaatsing daarvan gedefinieerd.

Optie Beschrijving
Plaat Dikte van de voetplaat. De breedte en lengte kan ook opgegeven worden. Indien de velden voor breedte en lengte leeg blijven, zullen deze afmetingen bepaald worden door de bout hart- en randafstanden.
Lijfplaten Dikte van de schotjes evenwijdig aan het lijf van de kolom. Of de lijfplaten geplaatst worden, hangt af van de instellingen in tabblad Schotjes. De standaardwaarde is 10.
Flensplaten 4 stuks Dikte van de schotjes evenwijdig aan de flens van de kolom. Of de flensplaten geplaatst worden, hangt af van de instellingen in tabblad Schotjes. De standaardwaarde is 10.
De vier flensplaten worden alleen gemaakt indien in tabblad Schotjes de betreffende optie is gekozen.
Aangelast profiel Profieltype van het aangelaste profiel onder de kolom.
Steunplaat Extra voetplaat. Indien de invoervelden voor breedte en lengte leeg blijven, zal de extra voetplaat dezelfde afmetingen krijgen als de voetplaat.
Vulplaat 1
Vulplaat 2
Vulplaat 3
Dikte, breedte en hoogte van de vulplaat. U kunt verschillende dikten definiëren voor de vulplaten:


Indien de invoervelden voor breedte en lengte leeg blijven, zal de vulplaat dezelfde afmetingen krijgen als de voetplaat.

Horizontale platen Dikte van de platen die evenwijdig aan beide flenzen gelast kunnen worden.
Evenwijdige plaat wordt alleen gemaakt indien in tabblad Schotjes de betreffende optie is gekozen.
 
L-profiel, flens Grootte van het L-profiel die tegen de evenwijdige aangelaste platen van beide flenzen gelast kan worden.
L-profiel wordt alleen gemaakt indien in tabblad Schotjes de betreffende optie is gekozen.
L-profiel, lijf Grootte van het L-profiel die aan beide zijden van het lijf gelast kan worden. L-profiel wordt alleen gemaakt indien in tabblad Schotjes de betreffende optie is gekozen.
Aantal vulplaten 1 (DEF=1)
Aantal vulplaten 2 (DEF=1)
Aantal vulplaten 3 (DEF=1)
Vul een waarde in om het aantal vulplaten te definiëren. Wanneer het invulveld leeg is, wordt er 1 vulplaat gemaakt.
Dit is de standaard, default is 1 (DEF=1).
1 Afwerking per hoek, de linkerbovenhoek is de standaard voor de overige hoeken. De beschikbare opties zijn:
2 De afmetingen van de afwerking in de x- en de y-richting:
3 Vorm van de vulplaat.
 
Standaard

Gaten zijn gebaseerd op de boutgroep van het detail.

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Kam met verticale slobgaten.

Deze plaat kan vanaf de bovenzijde van het detail worden gemonteerd.

Gaten zijn gebaseerd op de boutgroep van het detail. Halve kamvulling in verticale richting.

U gebruikt het waardeveld voor de grootte van de tussenruimte.

Kam met horizontale slobgaten.

Deze plaat kan vanaf de rechter- of linkerzijde van het detail worden gemonteerd.

Halve kamvulling in horizontale richting.

U gebruikt het waardeveld voor de grootte van de tussenruimte.

4 Horizontale en verticale bout-randafstanden in de vulplaten.
Als deze velden leeg zijn, krijgen de vulplaten dezelfde afmetingen als de voetplaat.
Plaat offset X Offset van de steunplaat in de x-richting.
Plaat offset Y Offset van de steunplaat in de y-richting.

 

Tabblad Schotjes

In tabblad Schotjes wordt ingesteld of er schotjes aan de onderzijde van de kolom geplaatst moeten worden en de afmetingen ervan.

Optie Beschrijving
1 Hoogte van de schotjes.
2 Afwerking van de schotjes in horizontale richting.
3 Afwerking van de schotjes in verticale richting.
4 Breedte van de schotjes.
5 Type afwerking van de schotjes. De opties zijn:
6 Opties voor lijfplaatschotjes. De opties zijn:
 
Standaard

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Vier schotjes tegen flenzen.
Geen schotjes. Twee platen + hoeklijnen tegen flenzen.
Twee schotjes evenwijdig aan lijf. Eén schotje boven evenwijdig aan lijf.
Twee schotjes tegen flenzen parallel aan lijf. Eén schotje onder evenwijdig aan lijf.
7 Opties voor flensplaatschotjes. De opties zijn:
Standaard

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Twee schotjes evenwijdig aan flenzen.
Geen schotjes. Twee platen + hoeklijnen tegen lijf.
Vier schotjes tegen flenzen.    
Hoogte van de schotjes.
8
9 Breedte van de schotjes.
10 Breedte van het hoeklijnprofiel tegen de flenzen.
11 Breedte van het hoeklijnprofiel tegen het lijf.

Tabblad Algemeen

Klik op onderstaande link voor meer informatie:
Tabblad Algemeen

Tabblad Bouten

In tabblad Bouten stelt u de eigenschappen van het boutenpatroon in. Indien er ankers worden toegepast i.p.v. bouten, blijven de velden voor aantal boutrijen, h.o.h.- en randafstanden in werking.

Optie Beschrijving
Boutdiameter Boutdiameter. De standaard is 16 mm.
Boutnorm Boutnorm. De standaard is 4014-8.8.
Tolerantie De ruimte tussen de bout en het gat. De standaard is 4 mm.
Draad in mat Hiermee legt u vast of er zich op de bouten schroefdraad mag bevinden ter plaatse van de inklemming van de onderdelen. Dit heeft geen invloed op bouten met doorlopende draad.
Montage/werkplaats Locatie waar de bouten moeten worden bevestigd. De standaard is Montage.
Bout roteeroptie
Optie om de richting van de boutgroep in te stellen. De optie is beschikbaar als op het tabblad Ankers de optie Voetplaat met is ingesteld op Bouten of Bout en Gebruikerscomponent onderdeel.
Standaard
Boutrichting 1
Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.
Boutrichting 1
Boutrichting 2
Sleufgaten U kunt de afmeting van sleufgaten in de x- en de y-richting definiëren en de speling voor oversized of tapgaten:

De standaard is 0 mm met als resultaat een rond gat.

Type gat Sleufgat maakt sleufgaten. Oversized maakt oversized gaten of tapgaten.
Sleufgaten Als het type gat Sleufgat is, kunt met deze optie de sleufgaten draaien:
Doordringlengte Gebied waarin Tekla Structures zoekt naar onderdelen die bij de boutgroep horen. Met behulp van de doordringlengte kunt u bepalen of de bout door één of door twee flenzen gaat.
Boutcommentaar Boutcommentaar.
Boutsamenstelling Met de selectievakjes wordt ingesteld welke onderdelen (bout, ringen en moeren) worden gebruikt in de boutsamenstelling. Om alleen een gat te maken, schakelt u de selectievakjes uit.


Als u de boutsamenstelling van een bestaande component wilt aanpassen, schakelt u het selectievakje Effect bij wijzigen in en klikt u op Wijzig.

Extra boutlengte Definieer een extra lengte voor de bout. Gebruik deze optie bijvoorbeeld wanneer diverse verflagen een langere boutlengte vereisen.

Optie Beschrijving
1 Hiermee legt u vast hoe afmetingen voor de horizontale positie van de boutgroep worden ingesteld:

Links: vanaf de linkerrand van het hoofdonderdeel tot de bout uiterst links.

Midden: vanaf de hartlijn van het hoofdonderdeel tot de hartlijn van de bouten.

Rechts: vanaf de rechterrand van het hoofdonderdeel tot de bout uiterst rechts.

2 Waarde voor de offset in horizontale richting.
3 Randafstand bouten. De randafstand is de afstand van het hart van een bout tot de rand van een onderdeel.
4 Aantal boutrijen.
5 H.o.h.-afstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de h.o.h.-afstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten zijn.
6 Waarde voor de offset in verticale richting.
7 Hiermee legt u vast hoe afmetingen voor de verticale positie van de boutgroep worden ingesteld:

Boven: vanaf de bovenrand van het hoofdonderdeel tot de bovenste bout.

Midden: vanaf de hartlijn van de bouten tot de hartlijn van het hoofdonderdeel.

Onder: vanaf de onderrand van het hoofdonderdeel tot de onderste bout.

8 Definieer welke bouten worden verwijderd uit de boutgroep. Voer de boutnummers in van de bouten die u wilt verwijderen, gescheiden door een spatie. Boutnummers worden van links naar rechts en van boven naar beneden geschreven.

Tabblad Ankers

Op tabblad Ankers legt u vast hoe de verschillende typen ankers worden gemaakt.

Optie Beschrijving
Draadstang Het ankerprofiel definiëren. Tevens kan pos-prefix, merk-prefix, startnummer, materiaal, naam, klasse en commentaar ingesteld worden.
Moer Het moerprofiel definiëren. Tevens kan het pos-prefix, merk-prefix, startnummer, materiaal, naam, klasse en commentaar ingesteld worden.
Ring profiel Het ringprofiel definiëren. Tevens kan het pos-prefix, merk-prefix, startnummer, materiaal, naam, klasse en commentaar ingesteld worden.
Extra verst. plaat Een extra verstevigingsprofiel definiëren. Tevens kan het pos-prefix, merk-prefix, startnummer, materiaal, naam, klasse en commentaar ingesteld worden.
Malplaat De dikte, breedte en hoogte van de malplaat definiëren. Tevens kan het pos-prefix, merk-prefix, startnummer, materiaal, naam, klasse en commentaar ingesteld worden.
Wanneer u een malplaat gebruikt met spijkergaten…


…laat dan liever de waardevelden voor de breedte en de lengte van de malplaat leeg  in het tabblad Ankers en laat de afmeting van de malplaat volgen uit de waardevelden die u invult op het tabblad Spijkergaten:

Hierdoor worden de spijkergaten automatisch correct mee verplaatst als de afmetingen van de malplaat wijzigen of als de malplaat een offset krijgt:

Voetplaat met U beschikt over de volgende opties:

Standaard wordt de voetplaat gemaakt met Ankers.

Bouten:

Ankers:

In de opties Gebruikerscomponent onderdeel, Bout en Gebruikerscomponent onderdeel en Ankers met Onderdeel component kan een gebruikerscomponent van het type Onderdeel worden toegepast.
Er zijn bijvoorbeeld ankerkappen (die zijn gemaakt als gebruikerscomponent van het type Onderdeel) gebruikt om ervoor te zorgen dat tijdens het storten van de fundering de draad op de ankers vrij blijft van beton:

Referentiepunt U beschikt over de volgende opties:

Onderdeelnaam component Het te gebruiken gebruikerscomponent van het type Onderdeel en de te gebruiken instelling, bijvoorbeeld:

Spiegelen Optie om de gebruikerscomponenten te spiegelen.
Toevoegen als submerk U beschikt over de volgende opties:

Nee:

De gebruikerscomponenten van het type Onderdeel (ankerkappen) worden niet toegevoegd maar zijn losse onderdelen (transport):

Aan malplaat:

De gebruikerscomponenten van het type Onderdeel (ankerkappen) worden als submerk toegevoegd aan de malplaat:

Aan voetplaat:

De gebruikerscomponenten van het type Onderdeel (ankerkappen) worden als submerk toegevoegd aan de voetplaat:

1 De hoogte van de moer. De standaard is de diameter van het anker.
2 De dikte van de ring. De standaard is de helft van de moerhoogte.
3 Lengte van het anker. Standaard: 450 mm.
4 Lengte van het anker boven de voetplaat. De standaard is 35 mm.
5 Afstand tussen de malplaat en de voetplaat. De standaard is 30 mm.
6 Lengte van de bovenste draad.
7 Ankertypen. De opties zijn:
Standaard

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Rechte ankers
Ankers 90 graden
Ankers 180 graden
Rechte ankers + extra plaat aan de onderzijde
Ankers 180 graden
8 Radius van de haak.
9 Breedte van de haak.
10 Hoogte van de haak.
11 Doorsteeklengte anker onder extra plaat.
12 Schroefdraad lengte onderzijde anker.
13 Haakrichting. Alleen effectief bij het gebruik van haakankers. De volgende opties zijn beschikbaar:
Standaard

Type 1

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

In de richting van de flenzen, naar buiten gericht.
In de richting van het lijf, naar buiten gericht. In de richting van de flenzen, naar binnen gericht.
In de richting van het lijf, naar binnen gericht.    
14 Maken. Schakel de selectievakjes in of uit om in te stellen of moeren, ringen en volgplaten ter plaatse van het anker gemaakt moeten worden.
15 Schakel de selectievakjes in of uit om in te stellen of moeren, ringen en volgplaten ter plaatse van het anker aan het anker gelast moeten worden.
Gat tolerantie ankergaten in malplaat Extra tolerantie voor de gaten in de malplaat en de voetplaat t.b.v. de ankerstaven. De standaard is 2 mm.
Tolerantie gaten ringen Twee opties:

• Gat tolerantie ring: extra speling tussen gat van de ringen en de ankers.
• Geen gat in de ring. Weglaten van een gat in de ringen. Alleen effectief indien er ring zonder gat (bijvoorbeeld D30 profiel) als ringprofiel gebruikt worden.

Gat in een ring maken De opties zijn:


 

Maak gat in moer De opties zijn:


 

Lassen anker aan Keuzelijst met opties of, en zo ja waaraan, de ankers gelast moeten worden. De reden om de ankers aan andere onderdelen vast te lassen kan zijn om de ankers in merktekeningen van de kolom op te nemen. De opties zijn:


 

Gebruik las nummer Hier kunt u een specifieke las selecteren voor het lassen van de ankers aan de malplaat en/of de voetplaat.

Zie ook optie Lassen anker aan.

Tabblad Spijkergaten

Spijkergaten worden gebruikt om de malplaat aan de bekisting te bevestigen.
In tabblad Spijkergaten stelt u de eigenschappen in van de spijkergaten in de malplaat.

Optie Beschrijving
Gat diameter De diameter van de spijkergaten in de malplaat.
1 X en Y-afmeting van het sleufgat. Indien ingesteld op 0, wordt er een rond gat gemaakt.
2 t/m 9 Zie punten 1 t/m op tabblad Bouten.
Malplaat referentie punt Definieer of de verplaatsing van de malplaat moet ten opzichte van het hart van de kolom of het hart van de boutgroep:

Hart van de kolom:

Hart van de boutgroep:

Verplaats malplaat in macro richting Verplaatsing van de malplaat in de richting van de component.
Verplaats macro in andere richting Verplaatsing van de malplaat haaks op de richting van de component.

Tabblad Extra

In tabblad Extra stelt u de plaatsing, de rotatie en het type in van de profielen (extra profiel 1) die worden gemaakt aan de onderzijde van elke ankerstaaf, en van de profielen (extra profiel 2) die rijen ankerstaven met elkaar verbinden.

Optie Beschrijving
Extra profiel 1 Het eerste profiel definiëren. Het profiel wordt geplaatst aan de onderzijde van de ankers. Standaard PL10*100.
Extra profiel 2 Het tweede extra profiel definiëren. Dit profiel verbindt de rijen ankerstaven. Standaard PL10*100.
1 Type en richting van extra profiel 1. De opties zijn:
Standaard

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

 
 
 
2 De randafstand van extra profiel 1 vanaf het midden van het anker.
Extra profiel 1 – Tolerantie gat Gattolerantie voor anker in extra profiel 1 aan de onderzijde van de ankers.
Extra profiel 1 – Profiel rotatie Rotatie-optie voor extra profiel 1.
3 Type en richting van extra profiel 2. De opties zijn:
 
Standaard

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

4 De randafstand van extra profiel 2 vanaf het midden van het anker.
5 Richting van extra profiel 2. Er zijn twee opties: evenwijdig aan lijf van de kolom, of evenwijdig aan flenzen van de kolom.

 

Standaard

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults

6 Overlengte van extra profiel 2 vanaf het midden van het anker.
Extra profiel 2 – rotatie Rotatie-optie voor extra profiel 2.
Lassen van Extra profiel 2 Optie om extra profiel 2 te lassen aan een ander onderdeel. De opties zijn:

Tabblad Extra gaten

Met de opties in tabblad Extra gaten kunnen extra gaten geplaatst worden in de voetplaat en/of de malplaat, bijvoorbeeld t.b.v. zinkuitloop. Ook kunnen DUMMY-profielen geplaatst worden ter plaatse van de extra gaten, voor het inlezen van coördinaten in Total Station.

U kunt de extra gaten in de voet- en de malplaat apart definiëren, het linker gedeelte betreft de voetplaat, het rechter gedeelte de malplaat.

 

Optie Beschrijving
Gat diameter De diameter van de extra gaten.
Boutnorm De boutnorm van de extra gaten.
Tolerantie De tolerantie van de extra gaten.
Sleufgaten U kunt de afmeting van sleufgaten in de x- en de y-richting definiëren en de speling voor oversized of tapgaten:

Extra gaten (keuzelijst links) Keuzelijst met opties of in de voetplaat de extra gaten gemaakt moeten worden en of er DUMMY-profielen t.b.v. Total Station toegevoegd moeten worden.

(U kunt in Tekla Structures gebruik maken van dummies voor Total Station voor de positionering van ankers, klik hier voor meer informatie).

De DUMMY-profielen hebben dezelfde grootte als de grootte van het extra gat. De opties zijn:

Gaten en DUMMIES voor TotalStation: De gaten en Dummy-profielen worden in de voetplaat geplaatst.

Alleen DUMMIES voor TotalStation: De Dummy-profielen worden in de voetplaat geplaatst.

Extra gaten (keuzelijst rechts) Keuzelijst met opties of in de malplaat de extra gaten gemaakt moeten worden en of er DUMMY-profielen t.b.v. Total Station toegevoegd moeten worden. De DUMMY-profielen hebben dezelfde grootte als de grootte van het extra gat. De opties zijn:

Gaten en DUMMIES voor TotalStation: De gaten en Dummy-profielen worden in de malplaat geplaatst.

Alleen DUMMIES voor TotalStation: De Dummy-profielen worden in de malplaat geplaatst.

1 Waarde voor de offset in horizontale richting.
2 Aantal boutrijen.
3 H.o.h.-afstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de h.o.h.-afstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten zijn.
4 Waarde voor de offset in verticale richting.
5 Aantal boutrijen.
6 H.o.h.-afstand. Gebruik een spatie als scheidingsteken tussen de waarden voor de h.o.h.-afstand. Voer een waarde in voor elke afstand tussen de bouten. Voer bijvoorbeeld twee waarden in als er drie bouten zijn.
7 Het type gatenpatroon. De opties zijn:

Verwijderen Definieer welke extra gaten moeten worden verwijderd. Geef de nummers van de gaten op en scheidt de nummers met een spatie. Extra gaten lopen van links naar rechts en van boven naar beneden.
Referentiepunt Definieer welk punt als referentiepunt moet dienen voor de extra gaten. De opties zijn:

Tabblad Extra plaat

In tabblad Extra plaat kunnen één of twee extra verticaal staande platen toegevoegd worden t.b.v. de bevestiging van de wandbeplating.

Optie Beschrijving
Extra plaat Het plaatprofiel definiëren. Tevens kan het pos-prefix, startnummer, materiaal en naam ingesteld worden.
1 Keuzelijst met opties voor het plaatsen van de extra plaat. Er kan één plaat geplaatst worden, met optie voor het bepalen de zijde van de kolom. Er kunnen ook twee platen geplaatst worden, opnieuw kan de zijde van de kolom gekozen worden. De twee platen kunnen aanliggend zijn, of tegenovergesteld aan elkaar.

De invulvelden a t/m f kunnen worden gebruikt, afhankelijk van de gebruikte optie in de keuzelijst:


 

2 Overlap/offset van extra plaat t.o.v. bovenkant voetplaat.

Tabblad Beton

In tabblad Beton kunnen inkassingen worden gedefinieerd in geval de voetplaat onder een betonnen kolom geplaatst worden.

Optie Beschrijving
1 Keuzelijst met opties voor lassen van de voetplaat. De opties zijn:

2 Keuzelijst met opties om wel of geen inkassingen te maken.
Standaard

Deze optie kan worden gewijzigd met behulp van AutoDefaults.

Geen inkassingen.
Inkassingen maken ter plaatse van de ankers.
3 Diepte van de inkassing.
4 Breedte van de inkassing.
5 Hoogte van de inkassing.

Tabblad Berekening

Klik voor meer informatie op onderstaande koppeling:
Tabblad Berekening
 

Lassen

Klik voor meer informatie op onderstaande koppeling:
Lassen maken
 


Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend. Aan de weergave van de afbeeldingen kunnen geen conclusies worden verbonden met betrekking tot de besturingssystemen waar Tekla Structures onder werkt.
 
Dit werk valt onder de Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken 4.0 Internationaal Licentie. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/deed.nl om de inhoud van de licentie te bekijken of stuur een brief naar Creative Commons, 444 Castro Street, Suite 900, Mountain View, California, 94041, USA.

Quick feedback

The feedback you give here is not visible to other users. We use your comments to improve our content.
We use this to prevent automated spam submissions.
Content rating: 
Nog geen stemmen