Hallo!

Wist u dat ingelogde gebruikers veel meer inhoud kunnen zien?

Een stavenset wijzigen

Toegevoegd September 30, 2019 by Tekla User Assistance tekla.documentation@trimble.com

Softwareversie: 
2019i

Een stavenset wijzigen

Een stavenset wijzigen

U kunt stavensets wijzigen door de eigenschappen van de stavensets te wijzigen, door de richtlijnen van de stavensets te gebruiken of door lokale aanpassers van stavensets te maken. De richtlijnen, beenvlakken en aanpassers hebben alle handles voor rechtstreekse wijziging.

Opmerking:

Als u met stavensets werkt, moet u ervoor zorgen dat de knopRechtstreekse wijziging is ingeschakeld.

Als u een bestaand model met een nieuwe versie van Tekla Structures opent, moet u altijd eerst de bestaande stavensets bijwerken: klik op het tabblad Beton op Stavenset > Stavensets opnieuw genereren.

Raadpleeg ook Een stavenset wijzigen via beenvlakken en Een stavenset lokaal wijzigen met aanpassers.

De eigenschappen van een stavenset wijzigen

U kunt de eigenschappen van een stavenset in het eigenschappenvenster of op de contextuele werkbalk wijzigen.

  1. Dubbelklik op de stavenset die u wilt wijzigen.
  2. Als u eerder opgeslagen eigenschappen uit een bestand wilt gebruiken, selecteert u het eigenschappenbestand in de bovenste lijst bovenin het eigenschappenvenster:

  3. Wijzig de eigenschappen van de stavenset in het eigenschappenvenster.
  4. Klik op Wijzigen om de wijzigingen op te slaan.
  5. Als u de eigenschappen voor later gebruik wilt opslaan, voert u in het bovenste vak in het eigenschappenvenster een naam voor het eigenschappenbestand in en klikt u vervolgens op.
Tip:

Daarnaast kunt u de eigenschappen van de stavenset op de contextuele werkbalk wijzigen.

De layervolgorde van een stavenset wijzigen

U kunt de volgorde van de staaflayers aanpassen wanneer twee of meer stavensets overlappen.

De layervolgorde is standaard gebaseerd op de volgorde van het maken van de stavensets. Tekla Structures plaatst de staven die het eerst zijn gemaakt automatisch het dichtst bij het betonnen oppervlak en de als laatste gemaakte staven het verst.

  1. Selecteer een stavenset.
  2. Pas op de contextuele werkbalk het volgordenummer van de layer aan door de pijlknoppente gebruiken.

    Daarnaast kunt u een aantal invoeren of de pijlknoppen in het eigenschappenvenster gebruiken en vervolgens op Wijzigen klikken om de wijzigingen op te slaan.

    Hoe kleiner het volgordenummer van de layer hoe dichter de staaflayer zich bij het betonnen oppervlak bevindt. U kunt zowel positieve als negatieve nummers gebruiken.

    Als u voor meerdere stavensets hetzelfde volgordenummer van de layer instelt, worden de staven op dezelfde layer geplaatst en kunnen de staven met elkaar botsen.

  3. Verfijn indien nodig de layervolgorde bij elk afzonderlijk beenvlak apart.

    Deze wijzigingen overschrijven de standaardinstellingen en de instellingen van de layervolgorde van de hele stavenset.

Een stavenset wijzigen met een richtlijnen

De richtlijnen van een stavenset definiëren de spreidingsrichting van de staven. De tussenafstand van de staven wordt ook langs de richtlijnen gemeten. U kunt de richtlijnen van de stavenset wijzigen door rechtstreekse wijziging te gebruiken.

Raadpleeg ook De grootte en vorm van modelobjecten wijzigen , Staven in een stavenset verdelen en Een aansluitende richtlijn maken.

Als u de richtlijnen wilt weergeven of verbergen wanneer u stavensets in het model selecteert, gaat u naar het tabblad Beton en klikt u op Weergaveopties staaf > Richtlijnzichtbaarheid. Daarnaast kunt u de variabele XS_REBARSET_SHOW_GUIDELINES of de sneltoets Alt+2 gebruiken.

Als u een richtlijn wilt wijzigen, selecteert u een stavenset en doet u het volgende:

  • Als u een richtlijn wilt verplaatsen, versleept u de lijnhandle.
  • Als u een richtlijnpunt wilt verplaatsen, versleept de punthandle.
  • U voegt als volgt een nieuw punt aan het begin of eind van een richtlijn toe:
    1. Selecteer het begin- of eindpunt van de richtlijn.
    2. Klik op de contextuele werkbalk opNieuwe punt toevoegen.
    3. Wijs een locatie aan voor het nieuwe begin- of eindpunt.
  • Als u een tussenliggend punt aan een richtlijn wilt toevoegen, versleept u een middelpuntshandle.
  • Als u een punt van een richtlijn wilt verwijderen, selecteert u het punt en drukt u op Delete.
  • U wijzigt als volgt afwerkingen op tussenliggende hoekpunten van een richtlijn:
    1. Selecteer een hoekpunt.
    2. Definieer het type afwerking en de maatlijnen op de contextuele werkbalk.

Quick feedback

The feedback you give here is not visible to other users. We use your comments to improve our content.
We use this to prevent automated spam submissions.
Inhoudswaardering: 
Nog geen stemmen