Hallo!

Wist u dat ingelogde gebruikers veel meer inhoud kunnen zien?

CAD

Toegevoegd September 30, 2019 by Tekla User Assistance tekla.documentation@trimble.com

Softwareversie: 
2019i

CAD

CAD

De import- en exporttools van CAD ondersteunen diverse indelingen om modellen te importeren en exporteren. U kunt maximaal 10.000 onderdelen importeren. Als het aantal onderdelen dit overschrijdt, geeft Tekla Structures een waarschuwing weer en wordt het model niet geïmporteerd.

CAD-import- en exportindelingen

De tabel hieronder geeft de ondersteunde typen import- en exportbestand weer.

Optie

Importeren

Exporteren

Importeert vanuit/exporteert naar

SDNF

SDNF (Steel Detailing Neutral File) wordt gebruikt bij het importeren en exporteren van verschillende CAD-systemen.

HLI

HLI (High Level Interface). IEZ AG Speedikon-software

Plantview

Plantview-ontwerpsysteem

SDNF (PDMS)

Plant Design Management System. Aveva 3D-software voor het ontwerpen van fabrieken.

De gegevens worden naar PDMS geëxporteerd via een SDNF-koppeling. Tekla Structures schrijft de gegevens van het afwerkingsveld in het attribuut van de onderdeelklasse, terwijl bij SDNF-export de klassegegevens worden weggelaten.

XML

ArchiCAD-modelleersysteem.

De export is aan enkele beperkingen gebonden:

  • Conversiebestanden worden niet gebruikt.

  • Gaten, bouten en lassen worden niet geëxporteerd.

SCIA

SCIA wordt gebruikt voor de SteelFab-interface.

Naast de CAD-importtool zijn de hieronder weergegeven importtools beschikbaar in het dialoogvenster Nieuw importmodel. De stappen voor het importeren van deze typen zijn dezelfde als voor de CAD-import.

  • SteelFab/SCIA Import
  • Sframe Import
  • MicasPlus Import
  • Eureka LPM Import
  • Import CIS2 status
  • CIS-importmodel
  • FEM Import

CAD-bestanden importeren

  1. Klik in het menu Bestand op Importeren > CAD.

    Het dialoogvenster Nieuw importmodel wordt weergegeven.

  2. Gebruik de standaardnaam importmodel of voer een nieuwe naam voor het importbestand in.
  3. Selecteer het importtype CAD Import.

    Dit dialoogvenster bevat ook de volgende importtools:

    SteelFab/SCIA Import

    Import Sframe (7)

    Import MicasPlus (5)

    Import Eureka LPM (4)

    Import CIS2 status

    CIS-importmodel

    FEM Import

  4. Klik op de knop Eigenschappen... om de importinstellingen te definiëren, die afhankelijk zijn van het geselecteerde importtype.

    Raadpleeg voor meer informatie over de specifieke instellingen van het importtype de instellingen en hun beschrijvingen in de onderstaande gedeelten.

  5. Klik op OK om naar het dialoogvenster Nieuw importmodel terug te gaan.
  6. Klik op OK om te importeren.
  7. Selecteer de importmodelnaam in de lijst en klik op Importeren.

    U kunt ook op de knop Nieuw... of Eigenschappen... klikken als u enkele wijzigingen wilt aanbrengen.

  8. Selecteer in het dialoogvenster Importeer modellen welke versie van de onderdelen moeten worden geïmporteerd.
  9. Klik op Alles accepteren.

    De optie Alles accepteren wordt over het algemeen bij het importeren van een nieuw model over een bestaande gebruikt. Als u het model hebt gewijzigd en het opnieuw wilt importeren, kunt u ook alle wijzigingen weigeren door op Weiger alles te klikken of individuele wijzigingen te accepteren of te weigeren door op Selecteer individueel... te klikken.

  10. Tekla Structures geeft het bericht Wilt u het geïmporteerde model bewaren\nvoor latere import? weer. Klik op Ja.

    Tekla Structures voegt het importmodel in het modelvenster toe.

  11. Klik met de rechtermuisknop op het modelvenster en selecteer Pas werkgebied aan, aan complete model om ervoor te zorgen dat het geïmporteerde model volledig zichtbaar is.
  12. Als er onderdelen ontbreken, controleert u de waarden Diepte boven en Diepte onder in het dialoogvenster Aanzichteigenschappen en wijzigt u deze indien nodig.
Note:

Als u bij een SDNF-import gegevens wilt importeren die in onderdelen van Tekla Structures ontbreken, kunt u de SDNF-verlenglijn in het te importeren SDNF-bestand gebruiken en het REVISION_NUMBER -gebruikersattribuut in Tekla Structures.

Instellingen van de CAD-import

Instelling Beschrijving

Tabblad Conversie

Profielconversiebestand

Materiaalconversiebestand

Dubbel profiel conversie bestand

Definieer de conversiebestanden die u wilt gebruiken.

Met conversiebestanden worden profiel- en materiaalnamen van Tekla Structures toegewezen aan namen die in andere software worden gebruikt.

Raadpleeg voor meer informatie over conversiebestanden Conversiebestanden.

Tabblad Parameters

Invoer bestand

Het bestand dat u wilt importeren. U kunt ook naar het bestand bladeren. De standaardwaarde is import.lis.

Type

Definieer het invoerbestand of het modeltype:

SDNF, HLI, Plantview, SDNF (PDMS), XML

Oorsprong X , Oorsprong Y , Oorsprong Z

Definieer de oorsprongcoördinaten om het bestand in een specifieke locatie te plaatsen.

Tabblad SDNF

Pos.nr.

Voer een prefix en een beginpositienummer voor onderdelen in.

Deze instellingen hebben betrekking op de instelling Type posnummer.

SDNF versie nummer

Stel het SDNF-indelingstype in op 2.0 of 3.0.

SDNF 3.0 is over het algemeen de te selecteren indeling. Met StruCAD is het echter beter om SDNF 2.0-bestanden te delen.

Fittingen en zaagsnedes meenemen

Stel in op Ja (standaard) om uitsnijdingen en fittingen in de import toe te passen.

Deze worden alleen opgenomen als ze zich in het SDNF-bestand bevinden.

Offsets meenemen

Stel in op Ja om de offset te maken. In de meeste gevallen moet u Ja selecteren. Nee (standaard) positioneert maakpunten van het onderdeel op de eindpunten van het onderdeel.

In de meeste gevallen moet u Ja selecteren. Nee (standaard) positioneert maakpunten van het onderdeel op de eindpunten van het onderdeel.

Maak logbestand

Selecteer Maken om elke keer wanneer u het model importeert een nieuw logboekbestand te schrijven en het vorige logboekbestand te verwijderen.

Als de import mislukt, kunt u in het logboekbestand de reden onderzoeken. Controleer het logboekbestand zelfs als de import geslaagd lijkt te zijn.

Selecteer Toevoegen (standaard) om de logboekbestandgegevens aan het einde van het bestaande logboekbestand toe te voegen.

Als geen logboekbestand nodig hebt, selecteert u Nee.

Logbestand weergeven

Selecteer Met externe viewer om het logboekbestand in een teksteditor weer te geven.

Selecteer In dialoogvenster om een aparte lijstdialoogvenster te maken waarin het bestand alleen kan worden weergegeven.

Als u het bestand niet wilt weergeven, selecteert u Nee.

Naam logbestand

Voer de naam van het logboekbestand in of blader naar een bestaand logboekbestand.

Type posnummer

Het SDNF-bestand bevat identificeerders die in de gebruikersattributen van een onderdeel kunnen worden opgenomen of als onderdeelpositienummers worden gebruikt.

Selecteer Posnummer als u wilt dat de identificeerder het positienummer van het onderdeel wordt. Gebruik niet de optie Pos.nr. met deze optie.

Selecteer Universele ID nummers als u wilt dat de identificeerder een gebruikersattribuut voor het onderdeel wordt.

Voor bestandsimports van PDS of PDMS is de optie Universele ID de normale situatie.

Als u gebruikersattributen in de dialoogvensters zichtbaar wilt maken, moet u deze aan het bestand objects.inp toevoegen.

Tabblad Plantview

Materiaal

Selecteer de materiaalkwaliteit.

Tabblad Lijst

Lijst maken

Stel in op Ja om een lijst te maken.

Lijst bekijken

Stel in op Ja om de lijst weer te geven.

Lijsttemplate

Selecteer de lijsttemplate.

Lijstbestandnaam

Voer de lijstbestandsnaam in of blader naar een lijstbestand.

Als u de lijst geen andere naam geeft, wordt de lijst met de naam import_revision_report.rpt opgeslagen in de modelmap.

Tabblad Geavanceerd

Actie wanneerobjects status is (vergeleken met)

Vorigeplan geeft de objecten in uw model vergeleken met de objecten in het te importeren bestand weer. Ze kunnen Nieuw , Gewijzigd , Verwijderd of Gelijk zijn.

Tekla Structures vergelijkt de staat van de geïmporteerde objecten met die van de objecten in uw model. Ze kunnen Niet in model , Verschillend of Gelijk.

Gebruik de opties onder Niet in model , Verschillend en Gelijk om de acties op te geven wanneer u gewijzigde objecten importeert. De opties zijn Geen actie , Kopiëren , Wijzigen of Verwijderen.

Er is meestal geen noodzaak om de standaards te wijzigen.

Instellingen van de SteelFab/SCIA-import

Instelling Beschrijving

Tabblad Parameters

Invoer bestand

Voer de naam in van het bestand dat u wilt importeren.

Profielconversiebestand

Materiaalconversiebestand

Definieer de conversiebestanden die u wilt gebruiken.

Met conversiebestanden worden profiel- en materiaalnamen van Tekla Structures toegewezen aan namen die in andere software worden gebruikt.

Raadpleeg voor meer informatie over conversiebestanden Conversiebestanden.

Oorsprong X , Oorsprong Y , Oorsprong Z

Definieer de oorsprongcoördinaten om het bestand in een specifieke locatie te plaatsen.

Importeer lassen

Neem lassen in het geïmporteerde model op.

Importeer boutgaten

Neem boutgaten in het geïmporteerde model op.

Instellingen van de import van S-frame, MicasPlus en Eureka LPM

Instelling Beschrijving

Tabblad Conversie

 

Profielconversiebestand

Materiaalconversiebestand

Dubbel profiel conversie bestand

Definieer de conversiebestanden die u wilt gebruiken.

Met conversiebestanden worden profiel- en materiaalnamen van Tekla Structures toegewezen aan namen die in andere software worden gebruikt.

Raadpleeg voor meer informatie over conversiebestanden Conversiebestanden.

Tabblad Parameters

ASCII-bestandsnaam

Voer de naam in van het bestand dat u wilt importeren.

Onderdeel rotatie

Selecteer Voor of Boven.

Alleen beschikbaar in Import MicasPlus (5).

Oorsprong X , Oorsprong Y , Oorsprong Z

Definieer de oorsprongcoördinaten om het bestand in een specifieke locatie te plaatsen.

Tabblad Geavanceerd

 

Actie wanneerobjects status is (vergeleken met)

Vorigeplan geeft de objecten in uw model vergeleken met de objecten in het te importeren bestand weer. Ze kunnen Nieuw , Gewijzigd , Verwijderd of Gelijk zijn.

Tekla Structures vergelijkt de staat van de geïmporteerde objecten met die van de objecten in uw model. Ze kunnen Niet in model , Verschillend of Gelijk.

Gebruik de opties onder Niet in model , Verschillend en Gelijk om de acties op te geven wanneer u gewijzigde objecten importeert. De opties zijn Geen actie , Kopiëren , Wijzigen of Verwijderen.

Er is meestal geen noodzaak om de standaards te wijzigen.

Instellingen van de CIS2 statusimport

Instelling Beschrijving

Tabblad Parameters

 

Invoer bestand

De naam van het bestand dat u wilt importeren. U kunt ook naar het bestand bladeren.

Invoer bereik

Importeer Gehele model of Alleen selectie.

Maak logbestand

Selecteer Maken om elke keer wanneer u het model importeert een nieuw logboekbestand te schrijven en het vorige logboekbestand te verwijderen.

Selecteer Toevoegen (standaard) om de logboekbestandgegevens aan het einde van het bestaande logboekbestand toe te voegen.

Als geen logboekbestand nodig hebt, selecteert u Nee.

Logbestand weergeven

Selecteer In dialoogvenster om een aparte lijstdialoogvenster te maken waarin het bestand alleen kan worden weergegeven.

Als u het bestand niet wilt weergeven, selecteert u Nee.

Instellingen van de CIS-modelimport

Instelling Beschrijving

Tabblad Parameters

 

Model type

Selecteer het modeltype. Ontwerp , Berekening , SP3D.

CIS versie

Selecteer CIS/1 of CIS/2.

  • CIS/1 importeert bestanden die compatibel zijn met de schemadeclaratie CIMSteel LPM4DEP1.

  • CIS/2 importeert bestanden die compatibel zijn met de schemadeclaratie CIMSteel CIS/2 (STRUCTURAL_FRAME_SCHEMA).

Invoer bestand

De naam van het bestand dat u wilt importeren. U kunt ook naar het bestand bladeren.

Oorsprong X , Oorsprong Y , Oorsprong Z

Definieer de oorsprongcoördinaten om het bestand in een specifieke locatie te plaatsen.

Combineer onderdelen

Max te combineren lengte

Als u diverse elementen in het CIS-model in Tekla Structures tot één onderdeel wilt combineren, stelt u Combineer onderdelen in op Ja.

Als bijvoorbeeld een ligger in een CIS-bestand uit meer dan één element bestaat en u Ja selecteert, worden de elementen in het Tekla Structures -model tot één ligger gecombineerd.

Als u de waarde Nee gebruikt, maakt Tekla Structures een ligger voor elk element in het CIS-model.

Max te combineren lengte wordt alleen toegepast als u Combineer onderdelen op Ja instelt. Gebruik deze instelling om de maximumlengte voor het combineren van onderdelen te definiëren. Tekla Structures combineert elementen alleen tot één onderdeel als hun gezamenlijke lengte minder is dan de waarde die u hier invoert.

Negeer offset

De rekenmodellen CIS/1 en CIS/2 kunnen offsets van onderdelen bevatten, wat betekent dat knooppunten zich niet precies op de eindpunten van de ligger bevinden. Met de standaard Ja gebruikt Tekla Structures deze offsets om de aanwezige onderdelen te zoeken. Met Nee bepaalt Tekla Structures de locatie met behulp van de locaties van knooppunten.

Krachten negeren

Hiermee wordt gedefinieerd hoe krachten worden geïmporteerd. Met Nee importeert Tekla Structures absolute waarden van maximumkrachten in de gebruikersattributen Afschuifkracht , Trekkracht en Moment van onderdelen. Met Ja importeert Tekla Structures geen krachten.

Importeer GUID (rekenmodel)

Selecteer Ja om de onderdeel-GUID in de import op te nemen.

Tabblad Conversie

 

Profielconversiebestand

Materiaalconversiebestand

Dubbel profiel conversie bestand

Definieer de conversiebestanden die u wilt gebruiken.

Met conversiebestanden worden profiel- en materiaalnamen van Tekla Structures toegewezen aan namen die in andere software worden gebruikt.

Raadpleeg voor meer informatie over conversiebestanden Conversiebestanden.

Tabblad Geavanceerd

Actie wanneerobjects status is (vergeleken met)

Vorigeplan geeft de objecten in uw model vergeleken met de objecten in het te importeren bestand weer. Ze kunnen Nieuw , Gewijzigd , Verwijderd of Gelijk zijn.

Tekla Structures vergelijkt de staat van de geïmporteerde objecten met die van de objecten in uw model. Ze kunnen Niet in model , Verschillend of Gelijk.

Gebruik de opties onder Niet in model , Verschillend en Gelijk om de acties op te geven wanneer u gewijzigde objecten importeert. De opties zijn Geen actie , Kopiëren , Wijzigen of Verwijderen.

Er is meestal geen noodzaak om de standaards te wijzigen.

Instellingen van de FEM-import

Instelling Beschrijving

Tabblad Conversie

Profielconversiebestand

Materiaalconversiebestand

Dubbel profiel conversie bestand

Definieer de conversiebestanden die u wilt gebruiken.

Met conversiebestanden worden profiel- en materiaalnamen van Tekla Structures toegewezen aan namen die in andere software worden gebruikt.

Raadpleeg voor meer informatie over conversiebestanden Conversiebestanden.

Tabblad Onderdelen

OnderdeelPos.nr.

Merk Pos.nr.

Voer een prefix en een beginpositienummer in.

Tabblad Parameters

Invoer bestand

De naam van het bestand dat u wilt importeren. U kunt ook naar het bestand bladeren.

Type

Selecteer het type invoerbestand: DSTV, SACS, Monorail, Staad, Stan 3d, Bus

Oorsprong X , Oorsprong Y , Oorsprong Z

Definieer de oorsprongcoördinaten om het bestand in een specifieke locatie te plaatsen.

Standaard vloeigrens limiet

Standaard materiaal als vloeigrens groter (of gelijk) is dan limiet

Standaard materiaal als vloeigrens kleiner is dan limiet

De instelling Standaard materiaal als vloeigrens kleiner is dan limiet wordt voor het SACS-importbestand gebruikt. Definieer het materiaal dat moet worden gebruikt als de vloeigrens kleiner is dan de limiet.

De instelling Standaard materiaal als vloeigrens groter (of gelijk) is dan limiet wordt gebruikt voor SACS- of DSTV-importbestanden. Voor SACS definieert dit veld het materiaal dat moet worden gebruikt als de vloeigrens groter dan of gelijk aan de limiet is. Voor DSTV kunt u de materiaalkwaliteit hier invoeren als deze niet in het importbestand is opgenomen.

Combineer onderdelen

Max te combineren lengte

Als u diverse elementen in het FEM-model in Tekla Structures tot één onderdeel wilt combineren, stelt u Combineer onderdelen in op Ja.

Als bijvoorbeeld een ligger in een CIS-bestand uit meer dan één element bestaat en u Ja selecteert, worden de elementen in het Tekla Structures -model tot één ligger gecombineerd.

Als u de waarde Nee gebruikt, maakt Tekla Structures een ligger voor elk element in het FEM-model.

Max te combineren lengte wordt alleen toegepast als u Combineer onderdelen op Ja instelt. Gebruik deze instelling om de maximumlengte voor het combineren van onderdelen te definiëren. Tekla Structures combineert elementen alleen tot één onderdeel als hun gezamenlijke lengte minder is dan de waarde die u hier invoert.

Tabblad Staad

Materiaal

Selecteer de materiaalkwaliteit.

Tabblad Lijst

Lijst maken

Stel in op Ja om een lijst te maken.

Lijst bekijken

Stel in op Ja om de lijst weer te geven.

Lijsttemplate

Selecteer de lijsttemplate. U kunt ook naar de template bladeren.

Lijstbestandnaam

Voer de lijstbestandsnaam in of blader naar een lijstbestand.

Als u de lijst geen andere naam geeft, wordt de lijst met de naam import_revision_report.rpt opgeslagen in de modelmap.

Tabblad DSTV

Versie

Selecteer de DSTV-versie.

Importeer statische elementen

Import overige elementen

Als het te importeren DSTV-bestand een statisch model en een CAD-model bevat, kunt u kiezen welke u wilt importeren.

Als u Ja antwoordt, importeert Importeer statische elementen het statische model.

Als u Ja antwoordt, importeert Import overige elementen het CAD-model.

Tabblad Stan 3d

Schaal

Geef de schaal van het importmodel op. U kunt Stan 3d importeren zonder de schaal op te geven zolang het Tekla Structures -model en het importmodel in millimeters zijn. Als het Stan 3d-bestand in millimeters is, gebruikt u de schaal 1. Als het Stan 3d-bestand in meters is, gebruikt u de schaal 1000.

Materiaal

Voer het materiaal voor de te importeren onderdelen in.

Tabblad Bus

Pos.nr.

Geef het Pos.nr. van de kokers, kolommen, windverbanden en consoles aan die u importeert.

Materiaal

Voer het materiaal voor de te importeren onderdelen in.

Naam

Voer de naam van het te importeren onderdeel in.

Klasse

Voer de klasse van het te importeren onderdeel in.

Balken buiten zicht

Met de waarde Ja worden de bovenzijden van alle liggers op vloerniveau uitgelijnd.

Tabblad Geavanceerd

 

Actie wanneerobjects status is (vergeleken met)

Vorigeplan geeft de objecten in uw model vergeleken met de objecten in het te importeren bestand weer. Ze kunnen Nieuw , Gewijzigd , Verwijderd of Gelijk zijn.

Tekla Structures vergelijkt de staat van de geïmporteerde objecten met die van de objecten in uw model. Ze kunnen Niet in model , Verschillend of Gelijk.

Gebruik de opties onder Niet in model , Verschillend en Gelijk om de acties op te geven wanneer u gewijzigde objecten importeert. De opties zijn Geen actie , Kopiëren , Wijzigen of Verwijderen.

Er is meestal geen noodzaak om de standaards te wijzigen.

Een CAD-model opnieuw importeren

Soms hebt u al een model geïmporteerd, maar door enkele wijzigingen moet u het opnieuw importeren.

De profiel- en materiaalconversiebestanden moeten dezelfde zijn als gedefinieerd in de oorspronkelijke modelimport.

De volgende instructies zijn ook van toepassing op CIMSteel (CIS/2)-modellen.

  1. Open Tekla Structures en een model waarin u al een bestaand CAD-model hebt geïmporteerd.
  2. Klik in het menu Bestand op Importeren > CAD.
  3. Selecteer het importtype in de lijst Type.

    Dit geldt bij CAD-modellen meestal alleen voor bestanden met een SDNF-indeling.

  4. Voer in het vak Naam een nieuwe naam voor het geïmporteerde model in.

    De naam van het pad en het bestand mag in totaal niet langer zijn dan 80 tekens. Als het totale pad te lang is, wordt er een melding weergegeven waarin staat 'Bestandnaam en pad zijn te lang. Plaats het bestand in een andere map.'. Als u dezelfde naam als bij de oorspronkelijke import gebruikt, geeft Tekla Structures de waarschuwing 'Ongeldige naam voor importmodel.' weer.

  5. Klik op de knop Eigenschappen... en zorg ervoor dat de conversiebestanden voor het profielmateriaal op het tabblad Conversie dezelfde zijn als die in de oorspronkelijke modelimport.
  6. Ga naar het tabblad Geavanceerd en definieer de acties die Tekla Structures bij het importeren van gewijzigde objecten moet ondernemen:
    • De linkerkolom Vorige plan geeft de staat van de objecten in uw model weer vergeleken met de staat van objecten in het te importeren bestand. Ze kunnen Nieuw , Gewijzigd , Verwijderd of Gelijk zijn.

    • De objecten kunnen Niet in model , Verschillend of Gelijk zijn.

    • Gebruik de keuzelijsten in de rijen onder Niet in model , Verschillend of Gelijk om op te geven welke acties moeten worden uitgevoerd wanneer u gewijzigde objecten importeert. De opties zijn Geen actie , Kopiëren , Wijzigen of Verwijderen.

      U kunt Verwijderen alleen selecteren voor objecten die Verwijderd zijn. U kunt alleen Verwijderen gebruiken om objecten te verwijderen die uit uw model zijn verwijderd, niet uit het geïmporteerde model.

    • Standaardinstellingen worden normaal gesproken door de meeste gebruikers gebruikt.

  7. Klik op OK of Toepassen.
  8. Klik op Importeren in het dialoogvenster Importeer modellen om het bijgewerkte model te importeren.
  9. Maak lijsten op het tabblad Lijst om de diverse imports te vergelijken.

Naar CAD exporteren

U kunt een CAD-model in meerdere indelingen exporteren.

Note:

Voordat u een SDNF-export start, moet u controleren of de variabele XS_​SDNF_​CONVERT_​PL_​PROFILE_​TO_​PLATE op de pagina Exporteren van het dialoogvenster Geavanceerde opties niet is ingesteld.

  1. Open een Tekla Structures -model.
  2. Klik in het menu Bestand op Exporteren > CAD.

    Het dialoogvenster CAD Export wordt geopend.

  3. Voer de paden naar de vereiste conversiebestanden op het tabblad Conversie in, voer de parameters op het tabblad Parameters in en definieer afhankelijk van de exportindeling de instellingen op het tabblad SDNF of XML.

    Raadpleeg voor meer informatie over de exportinstellingen het onderstaande gedeelte van de CAD-exportinstellingen.

  4. Selecteer de naar het model te exporteren onderdelen.
  5. Klik op Toepassen en Maak.

    Tekla Structures maakt het exportbestand in uw huidige modelmap.

Exportinstellingen CAD-model

Instelling

Beschrijving

Tabblad Conversie

Profielconversiebestand

Materiaalconversiebestand

Dubbel profiel conversie bestand

Definieer de conversiebestanden die u wilt gebruiken.

Met conversiebestanden worden profiel- en materiaalnamen van Tekla Structures toegewezen aan namen die in andere software worden gebruikt.

Raadpleeg voor meer informatie over conversiebestanden Conversiebestanden.

Tabblad Parameters

Uitvoerbestand

De bestandsnaam van het geëxporteerde bestand. U kunt ook naar het bestand bladeren.

Type

Selecteer de exportindeling: HLI, SCIA, SDNF, PDMS, SDNF (PDMS), XML

Oorsprong X , Oorsprong Y , Oorsprong Z

Definieer de coördinaten van de oorsprong om het geëxporteerde model op een specifieke locatie te plaatsen.

Tabblad PML : deze indeling wordt niet meer ondersteund
Tabblad SDNF

SDNF versie nummer

Selecteer de SDNF-versie die bij het exporteren moet worden gebruikt.

Gebruik SDNF versie 2.0 met StruCAD.

Fittingen en zaagsnedes meenemen

Als u Ja selecteert (standaard), worden uitsnijdingen en fittingen in de export toegepast.

Type posnummer

Het SDNF-bestand bevat identificeerders die in de gebruikersattributen van een onderdeel of als positienummers kunnen worden opgenomen. U beschikt over de volgende opties:

  • Posnummer

    De identificeerder wordt het positienummer van het onderdeel. Gebruik de velden Onderdeel Pos.nr. niet met deze optie.

  • Merknummer

    De identificeerder wordt het positienummer van het merk.

  • Universele ID nummers

    De identificeerder wordt een gebruikersattribuut voor het onderdeel.

Als u gebruikersattributen zichtbaar wilt maken, moet u deze aan het bestand objects.inp toevoegen.

Offsets meenemen

Als u de offsetrecords tijdens de export wilt negeren, selecteert u Nee en als u er rekening mee wilt houden, selecteert u Ja.

Deze instelling is niet van invloed op de werkelijke start- en eindpuntgegevens, alleen op de offset. Tekla Structures schrijft het begin- en eindpunt op basis van het werkelijke object, niet de referentielijn.

PDMS fase

Met de PDMS-beginfase wordt de beginfase voor geëxporteerde onderdelen gedefinieerd. Als de eerste fase in het Tekla Structures -model bijvoorbeeld 1 is en u 10 voor de beginfase invoert, krijgen de Tekla Structures -onderdelen in een andere software de fase vanaf 11 en hoger.

Engineering firma

Voer de naam van het ingenieursbedrijf in.

Klant

Voer de naam van de klant in.

Structuur ID

Voer een uniek identificatienummer voor het geëxporteerde model in.

Project ID

Voer een uniek identificatienummer voor het geëxporteerde project in.

Revisie Nummer

Voer een optioneel revisienummer in. Tekla Structures haalt het revisienummer uit de gebruikersattributen (REVISION_NUMBER) van het model. Als dit veld leeg is, gebruikt Tekla Structures een revisienummer uit het dialoogvenster CAD Export ( Revisie Nummer ).

Issue Code

Tekla Structures schrijft een uitgavecode in het kopregelgedeelte van het uitvoerbestand. Voor PDMS moet deze waarde altijd Tekla Structures zijn.

Design Code

Definieer de ontwerpcode die in het structurele ontwerp moet worden gebruikt.

Tabblad XML

Eenheden

Geef eenheidsconversies op (MM, M, IN, FT). Voor een Tekla Structures -model dat bijvoorbeeld met millimeters is gemaakt, selecteert u IN als u alle afmetingen van onderdelen naar inches in het uitvoerbestand wilt converteren.

XML structuur ID

Uniek identificatienummer voor het geëxporteerde model. U moet altijd de identificatie-ID invoeren. Tekla Structures gebruikt deze waarde om het model te identificeren als u dit opnieuw exporteert.

XML structuur naam

Unieke naam van het geëxporteerde model.

Quick feedback

The feedback you give here is not visible to other users. We use your comments to improve our content.
We use this to prevent automated spam submissions.
Inhoudswaardering: 
Nog geen stemmen