Hallo!

Wist u dat ingelogde gebruikers veel meer inhoud kunnen zien?

Aanbevolen methoden in Tekla Model Sharing

Toegevoegd April 2, 2019 by Tekla User Assistance tekla.documentation@trimble.com

Softwareversie: 
2019

Aanbevolen methoden in Tekla Model Sharing

Aanbevolen methoden in Tekla Model Sharing

Als u uw gedeelde modellen in een goede staat wilt houden en uw wijzigingen met succes wilt delen, volgt u de aanbevolen Tekla Model Sharing -methoden.

Opmerking:

De gebruikers van hetzelfde gedeelde model moeten dezelfde Tekla Structures-versie hebben en bij voorkeur hetzelfde nieuwste Service Pack gebruiken.

In sommige situaties heeft stortbeheer bij het inlezen conflicten veroorzaakt, zelfs als de storteenheden niet zijn gewijzigd. Deze conflicten kunnen leiden tot objecten die uit de storteenheden worden verwijderd.

Raadpleeg voor algemene Tekla Model Sharing instructies voor het oplossen van problemen Problemen oplossen in Tekla Model Sharing.

Modelhistorie in Tekla Model Sharing verzamelen

Tekla Model Sharing verzamelt modelhistorie over de acties in het gedeelde model. Modelhistorie geeft weer wanneer het model is gewijzigd, hoe het model is gewijzigd en wie de wijzigingen heeft aangebracht.

  1. Klik op het menu Bestand op Instellingen > Variabelen > Snelheid en nauwkeurigheid .
  2. Zorg ervoor dat XS_​COLLECT_​MODEL_​HISTORY is ingesteld op TRUE.

    Tekla Structures stelt XS_​COLLECT_​MODEL_​HISTORY automatisch in op TRUE als een model wordt gedeeld.

  3. Stel XS_​CLEAR_​MODEL_​HISTORY in op FALSE.
  4. Klik op OK.
  5. Als u de modelhistorie wilt weergeven, kunt het volgende doen:
    • Klik op het lint open selecteer een object in het model.

      De modelhistorie wordt weergegeven in het dialoogvenster Informatie object.

      Als de optie Het wegschrijven van revisiecommentaar inschakelen in het dialoogvenster Instellingen delen is geselecteerd, worden het revisieopmerkingen ook weergegeven.

    • Maak een modelhistorielijst.

      1. Klik op het tabblad Tekeningen & Lijsten op Lijsten.

      2. Selecteer een lijsttemplate die de modelhistorie weergeeft.

        De naam van de lijsttemplate kan variëren in verschillende omgevingen. In de standaardomgeving heet de lijst Q_Model_History_Report.

      3. Klik op Maak van alle om een lijst van alle objecten in een model te maken of selecteer een of meer objecten in het model klik op Maak van geselecteerde om een lijst van de geselecteerde objecten te maken.

Offline gebruikshistorie wordt opgeslagen volgens het gebruikersaccount van het Windows-domein. In Tekla Model Sharing -modellen worden de wijzigingen, wanneer u de wijzigingen naar de deelservice schrijft, opgeslagen met uw Trimble Identity.

Hoe object-id's in gedeelde modellen werken

Tekla Structures -objecten hebben een identificeerder die als een object-GUID (Globally Unique Identifyer) wordt weergegeven, die ook in Tekla Model Sharing wordt gebruikt.

Dit betekent dat functies die geen GUID's gebruiken, moeten worden gewijzigd om GUID's te gebruiken:

  • Uitwisselbaarheid import-/exportacties:

    • FabTrol XML

    • ASCII

  • Alle andere applicaties, macro's en rapportageprocessen die van statische id's afhankelijk zijn.

Een back-up van gedeelde modellen maken

We raden u aan om van de in Tekla Model Sharing gebruikte modellen een back-up te maken.Als er zich problemen met een gedeeld model voordoen, is het mogelijk om een lokale versie van het model van een willekeurige gebruiker of een model waarvan een back-up is gemaakt te selecteren en vervolgens het werken met dat model te vervolgen.Zorg ervoor dat u een model in gebruik hebt waarvan een volledige een back-up is gemaakt en waarin de modelmap is opgenomen, bijvoorbeeld tekeningen en verschillende databases.Dit zorgt ervoor dat het model correct werkt en u geen gegevens kwijtraakt.Als het model waarvan u een back-up hebt gemaakt verouderd is, kan het inlezen van alle wijzigingen enige tijd duren.

Maak een back-up van uw modellen volgens uw bedrijfsconventies, bijvoorbeeld door Windows Back-up te gebruiken. U kunt ook het commando Bestand > Opslaan als > Opslaan en back-up maken gebruiken om een back-up van het model te maken. De back-up heeft dezelfde GUID's als het oorspronkelijke model.

Het commando Opslaan als kan niet voor het maken van een back-up van het model worden gebruikt. Als u Opslaan als als gebruikt, krijgt het model nieuwe ID's en is het niet aan het oorspronkelijke model gerelateerd.

Als u het commando Opslaan als gebruikt, wordt de modelhistorie niet met het opgeslagen model gekopieerd.

Gedeelde modellen terugzetten

Als een gedeeld model problemen heeft die verlies van werktijd kunnen veroorzaken, kan een bedrijfsbeheerder via Management Console for Tekla Model Sharing de modelversies verwijderen die problemen hebben. Het is ook mogelijk dat een gebruiker van een gedeeld model een vorige versie van het model in Tekla Structures herstelt en dat model in Tekla Model Sharing wordt gebruikt.

Management Console for Tekla Model Sharing biedt een op het web gebaseerde toegang voor beheerders om alle gedeelde modellen van een organisatie te kunnen beheren. Een beheerder kan een model vergrendelen en één gebruiker als de vergrendelingseigenaar benoemen die het model kan onderzoeken in Tekla Structures. Nadat de vergrendelingseigenaar het probleem heeft gevonden, kan de beheerder de modelversies die het probleem veroorzaken verwijderen en vervolgens het model ontgrendelen zodat het weer normaal kan worden gebruikt.

Terwijl het model is vergrendeld, zijn de deelcommando's in Tekla Structures als volgt beschikbaar:

  • De pictogrammen Inlezen en Wegschrijven hebben gele pijlen. Alleen de vergrendelingseigenaar kan deze commando's gebruiken.
  • In het menu Bestand zijn de commando's Inlezen Wegschrijven , Basislijn maken en Gebruikers beschikbaar voor de vergrendelingseigenaar.
  • In het dialoogvenster Gedeelde modellen zijn de commando's Model bewerken Gebruikers beheren en Model uit de cloud verwijderen en het aan een bepaald model deelnemen voor de vergrendelingseigenaar beschikbaar.

Voor andere gebruikers zijn de deelcommando's niet beschikbaar.

Als een gebruiker van het gedeelde model al één van de modelversies die de beheerder heeft verwijderd, heeft ingelezen of weggeschreven, geeft Tekla Structures de pictogrammen Wegschrijven en Inlezen met rode pijlen voor deze gebruiker weer. De deelcommando's in het menu Bestand zijn niet beschikbaar. De gebruiker moet weer aan het model deelnemen.

Als een gebruiker geen van de verwijderde versies gebruikt, hoeft de gebruiker niet opnieuw deelnemen.

Het is ook mogelijk om naar een eerdere versie van het model terug te gaan zonder het verder te onderzoeken. De beheerder kan het model in Management Console for Tekla Model Sharing vergrendelen, de versies die niet nodig zijn of die fouten bevatten verwijderen en vervolgens het model ontgrendelen. Daarna moeten de gebruikers opnieuw aan de geldige versie van het model deelnemen.

Als modelversies zijn verwijderd, zijn de in die versies gemaakt wijzigingen aan het model verloren geraakt. De wijzigingen die in het model moeten worden opgenomen, moeten opnieuw worden aangebracht en worden ingelezen.

Een andere mogelijkheid is om een vorige versie van het model in gebruik te nemen, is dat een gebruiker van het gedeelde model de volgende stappen uitvoert:

  1. Neem opnieuw aan het model deel.
  2. Lees de pakketten in totdat u het niveau van uw voorkeur in de modelhistorie hebt bereikt.
  3. Sluit het model van het delen uit.
  4. Begin met delen en nodig opnieuw andere gebruikers bij het model uit.

    Zorg ervoor dat alle gebruikers binnen het model de teruggezette versie van het model gebruiken.

Cacheservice voor Tekla Model Sharing

De cacheservice van Tekla Model Sharing downloadt modelgegevens van de Tekla Model Sharing -service en bewaart de gegevens in het bestandssysteem binnen een LAN. Het gebruik van de cacheservice vermindert het gebruik van internet, wat leidt tot snellere downloadtijden als dezelfde gegevens meerdere keren worden gevraagd. De cache wordt niet gebruikt voor pakketten die worden weggeschreven.

De cacheservice heeft een internetverbinding nodig om modelgegevens van de deelservice te downloaden. De eerste keer dat een gebruiker een pakket ophaalt, wordt het naar de cacheservice geladen. Eventuele volgende verzoeken voor hetzelfde pakket worden dan snel vanuit de cacheservice binnen de LAN bediend.

De cacheservice is zelfs handig als er maar één Tekla Model Sharing -gebruiker in hetzelfde kantoor is. Het opnieuw deelnemen aan een model gaat bijvoorbeeld sneller omdat de modelgegevens in de cacheservice beschikbaar zijn. Daarnaast worden de modelgegevens altijd als kleine gegevensblokken geladen. Dit is handig als het downloaden om de een of andere reden wordt onderbroken, omdat de cacheservice de ontbrekende blokken even later kan downloaden.

Als meerdere Tekla Model Sharing -gebruikers zich in hetzelfde kantoor bevinden, raden we u ten zeerste aan een aparte Tekla Model Sharing -cacheservice te installeren. De cacheservice wordt vooral aanbevolen in gebieden waar de downloadsnelheid mogelijk beperkt is.

De onderstaande afbeelding geeft weer hoe de modelgegevens in de deelservice worden opgeslagen en met de Tekla Model Sharing -cacheservice worden gebruikt.

Software- en systeemvereisten voor een cache-installatie:

  • Windows Server 2008 R2 of later
  • .NET Framework 4.5.1

Installeer een cacheservice op de volgende manier:

  1. Zorg ervoor dat u een ingeschakelde Windows-computer of een server met voldoende schijfruimte hebt om de bewaarde modelgegevens op te slaan.
  2. Download het installatiebestand van de cacheservice van Tekla Model Sharing vanaf Tekla Downloads.
  3. Voer het installatiebestand uit en volg de stappen in de installatiewizard om de installatie te voltooien.
    • De standaard cachemap is C:\TeklaModelSharingCache. U kunt indien nodig de doelmap wijzigen.

      Zorg ervoor dat de doelmap genoeg schijfruimte voor het geschatte gebruik van de service heeft. De vereiste schijfruimte kan variëren van een paar gigabytes tot terabytes, afhankelijk van het aantal Tekla Model Sharing -gebruikers en de grootte van de modellen.

    • Het standaard TCP/IP-poortnummer voor de cacheservice is 9998.

      Gebruik dit poortnummer wanneer u de werkstations van de Tekla Structures -client configureert om de cache te gebruiken. Deze poort is de voornaamste communicatie en het besturingskanaal naar de cacheservice.

    • Het standaard TCP/IP-poortnummer voor interne communicatie is 9001.

      Deze poort haalt automatisch uit de cacheservice op en wordt voor de werkelijke gegevensoverdracht gebruikt.

    Netwerktoegang

    U moet het binnenkomend verkeer voor TCP/IP-poorten (standaard 9001 en 9998) voor de cacheservicehost toestaan.

    Als de poorten conflicteren of andere problemen door andere services of een firewall veroorzaken, kunt u de poorten naar andere poorten wijzigen.

    De cacheservice heeft een internetverbinding nodig om modelwijzigingen van de deelservice te downloaden.

    Note:

    Als u daarna de installatie moet wijzigen, voert u het installatiebestand TeklaModelSharingCacheService.exe uit en selecteert u Repareren. U kunt vervolgens de eerder ingestelde cachemap of poortnummers wijzigen. Als u de inhoud uit de vorige cachemap wilt gebruiken, kopieert of verplaatst u de benodigde inhoud naar de nieuwe map.

  4. Controleer of de cacheservice van Tekla Model Sharing is gestart.
    • Zoek Tekla Model Sharing Cache van de Windows-service door bijvoorbeeld het gebruik van de console Computerbeheer compmgmt.msc of de beheerconsole Services services.msc.

    • Met de logboeken van Windows kunt u controleren of er geen fouten van de service zijn en of er informatieberichten zijn die aangeven dat de service is gestart.

  5. Configureer Tekla Structures -clientwerkstations om de cache te gebruiken.

    Klik in Tekla Structures in het menu Bestand op Delen > Instellingen delen .

    In het dialoogvenster Instellingen delen doet u het volgende:

    • Naam is de naam van de computer waarop de cache wordt geïnstalleerd. Klik in Windows op Configuratiescherm > Systeem en beveiliging > Systeem om de computernaam te controleren.

    • Poort is het poortnummer van de cacheservice dat u hebt ingesteld toen u de cacheservice hebt geïnstalleerd. De standaardwaarde is 9998.

Problemen met de installatie van de cacheservice oplossen

Als u geen verbinding met de service van Tekla Structures kunt maken, doet u het volgende:

  • Zorg ervoor dat de Windows-service Tekla Model Sharing wordt uitgevoerd.

  • Zorg ervoor zeker dat de firewalls geen TCP/IP poorten blokkeren die voor Tekla Structures zijn geconfigureerd, bijvoorbeeld 9001 of 9998 als u de standaardpoorten gebruikt.

Als de service niet start, doet u het volgende:

  • Controleer het applicatielogboek van de logboeken van Windows op mogelijke fouten.

Opnieuw aan het model deelnemen als het model na het wegschrijven niet is opgeslagen

Als er bij het wegschrijven van wijzigingen naar de deelservice fouten optreden, moet u mogelijk opnieuw aan het model deelnemen. Tekla Structures laat u een foutmelding zien als de fouten bij het wegschrijven een database-inconsistentie zouden kunnen veroorzaken en modelgegevens kan beschadigen.

Als u wegschrijft, doet Tekla Model Sharing het volgende:

  1. Slaat het model op.
  2. Bereidt het incrementele pakket voor. De gegevens in de modelmap worden nog niet gewijzigd.
  3. Uploadt het incrementele pakket naar de deelservice.
  4. Slaat het model opnieuw op als het incrementele pakket met succes wordt geüpload. Lokale modelgegevens worden met de benodigde gegevens bijgewerkt.

Tekla Structures laat u geen foutmelding zien als er fouten in een stap voor stap 4 optreden. De deelservice heeft de modelupdate nog niet ontvangen. U kunt proberen opnieuw weg te schrijven als de modelmap geen gegevens bevat die het wegschrijven zouden voorkomen. Als er nieuwe updates voor het model beschikbaar zijn, moet u eerst de updates inlezen en proberen opnieuw weg te schrijven.

Als er fouten in stap 4 zijn, laat Tekla Structures u een foutmelding zien waarin u wordt geadviseerd om opnieuw aan het model deel te nemen. Na het deelnemen kunt u via de deelhistorie controleren of uw wegschrijven naar de deelservice is geüpload.

Fouten in stap 4 betekenen dat het model mogelijk niet correct is opgeslagen en modelgegevens beschadigd of verloren kunnen zijn. Het model bevat meerdere verschillende Tekla Structures -databases die elk hun eigen basislijn hebben. Als er fouten zijn, heeft het Tekla Structures -model niet alle benodigde gegevens over wat er is gedeeld.

Ondersteuning krijgen voor problemen bij het delen

U kunt contact opnemen met de helpdesk van Tekla Structures om problemen met Tekla Model Sharing op te lossen.

Wanneer u uw model voor onderzoek bij uw lokale helpdesk inlevert, moet u ervoor zorgen dat u het volgende opneemt:

  • Het model. Zip het model maar sla het niet meer op voordat het wordt geleverd.
  • Geef machtigingen voor de Viewer aan de helpdesk van Tekla Structures door tms-support-no-reply@tekla.com bij het model uit te nodigen.

    Vergeet niet de helpdesk van Tekla Structures van de gebruikers te verwijderen nadat het model is onderzocht.

  • Gedetailleerde omschrijving van het probleem.

    Neem stappen op om het probleem indien mogelijk te reproduceren.

  • Afbeeldingen en screenshots.
  • Welke versie van Tekla Structures u gebruikt.
  • Welke omgeving en rol u gebruikt.

Quick feedback

The feedback you give here is not visible to other users. We use your comments to improve our content.
We use this to prevent automated spam submissions.
Inhoudswaardering: 
Nog geen stemmen