Hallo!

Wist u dat ingelogde gebruikers veel meer inhoud kunnen zien?

Basispunten

Toegevoegd April 2, 2019 by Tekla User Assistance tekla.documentation@trimble.com

Softwareversie: 
2019

Basispunten

Basispunten

Met de basispunten (controlepunten) kunt u een coördinatensysteem op basis van de civiele oorsprong of een ander coördinatensysteem voor uitwisselbaarheid en samenwerking gebruiken. U kunt basispunten bijvoorbeeld bij het invoegen van referentiemodellen, het exporteren IFC-modellen in tekeningen, in de Layout Manager en in lijsten en templates gebruiken.

De civiele oorsprong is het feitelijk punt of het fundamentele benchmark-punt van het nationale landmetingsnetwerk.

Wanneer u basispunten gebruikt, kunt u de coördinaten klein houden en het model waar nodig vinden. U kunt zoveel basispunten maken als u nodig hebt en een daarvan als projectbasispunt selecteren.

Denk aan het volgende:

  • Het referentiemodel mag geen extra lijnen naar de oorsprong hebben.
  • Referentiemodellen mogen geen objecten bevatten die erg ver van elkaar af liggen omdat anders het gebruik van het model moeilijk kan worden.
  • Oorspronkelijke Tekla Structures -objecten die referentiemodellen bevatten mogen niet erg ver van de Tekla Structures -modeloorsprong worden ingevoegd.

Een basispunt definiëren

U kunt basispunten definiëren in Projecteigenschappen. Als u een referentiemodel moet importeren of exporteren, moet u de coördinaten kennen van het referentiemodel dat u importeert of de coördinaten die u in een IFC-export wilt gebruiken.

  1. Open Tekla Structures.
  2. Klik op Bestand > Projecteigenschappen > Basispunten om het dialoogvenster Basispunt te openen.
  3. Vul de benodigde gegevens in:

    Naam , Beschrijving Voer een naam en een korte beschrijving voor het basispunt in.
    Coördinaten systeem Voer de naam van het coördinatensysteem in dat u gebruikt.
    Oostcoördinaat (E) Voer de Oostcoördinaat (E) in die de X-coördinaat ten opzichte van de civiele oorsprong vertegenwoordigt.
    Noordcoördinaat (N) Voer de Noordcoördinaat (N) in die de Y-coördinaat ten opzichte van de civiele oorsprong vertegenwoordigt.
    Hoogtemaat Voer de Hoogtemaat in die de Z-coördinaat ten opzichte van de civiele oorsprong vertegenwoordigt.
    Breedtegraad , Lengtegraad

    Voer de Breedtegraad en Lengtegraad van het basispunt in dat in de IFC-export moet worden gebruikt.

    Breedtegraad en Lengtegraad zijn extra gegevens die sommige software kunnen gebruiken. In het IFC-bestand wordt dit naar IFCSITE -gegevens geschreven.

    Als het totale aantal cijfers in Lengtegraad meer dan 15 is, wordt de waarde naar boven afgerond als deze > 99,999999999999999999 is.

    Als u de gegevens van Breedtegraad en Lengtegraad tussen decimale notatie en de notatie graden/minuten/seconden (DMS) wilt converteren, raadpleegt u Breedtegraad/Lengtegraad naar decimaal converteren.

    Locatie in het model Wijs een locatie voor het basispunt aan of voer deze in het Tekla Structures -model in. De afstand wordt vanaf de modeloorsprong gemeten. De locatie moet dicht bij de modeloorsprong liggen, bij voorkeur minder dan 1000 mm van de oorsprong.
    Hoek naar het noorden Wijs de Hoek naar het noorden aan of voer deze in, wat de hoek tussen Y en het noorden is. Het maximumaantal decimalen voor de hoek is 13.
    Projectbasispunt Als u een coördinatensysteem als het projectbasispunt wilt instellen, selecteert u een basispunt in de lijst aan de bovenkant en selecteert u vervolgens het selectievakje Projectbasispunt.
  4. Klik op Wijzigen om het basispunt op te slaan.

    Er wordt een blauw symbool in het model toegevoegd.

    Als u later wijzigingen aan het basispunt aanbrengt, wijzigt de locatie van het basispunt in het model volgens de locatie of rotatiewijzigingen die u in het dialoogvenster Basispunt aanbrengt wanneer u op Enter drukt of op een ander invoerveld klikt en het is niet nodig op Wijzigen te klikken.

    U kunt nu een referentiemodel invoegen of een IFC-model exporteren met het opgegeven basispunt.

Een coördinatensysteem als projectbasispunt instellen

Eén basispunt kan als het projectbasispunt worden ingesteld. De modeloorsprong is de standaardwaarde van het projectbasispunt als het model geen basispunten bevat of als geen van de bestaande basispunten als projectbasispunt is ingesteld. U kunt het huidige projectbasispunt controleren en wijzigen via Bestand > Projecteigenschappen > Locatie door .

Het wordt niet aanbevolen om het projectbasispunt tijdens een project tijdelijk te wijzigen.

  1. Klik op Bestand > Projecteigenschappen .

    U kunt het huidige projectbasispunt in het vak Locatie door zien.

  2. Als u het projectbasispunt wilt wijzigen, klikt u op Bewerken en selecteert u een nieuw projectbasispunt in de lijst Locatie door.
  3. Klik op Toepassen.
Tip: U kunt een basispunt ook in het dialoogvenster Basispunt als het projectbasispunt instellen door een basispunt in de lijst bovenaan te selecteren en vervolgens het selectievakje Projectbasispunt in te schakelen.

Een referentiemodel met een basispunt invoegen

Voordat u een referentie aan de basispunten kunt invoegen, moet u een basispunt in uw model maken. Als u het basispunt maakt, moet u de coördinaten weten van het referentiemodel dat u importeert.

  1. Open de lijst Referentiemodellen door op de knop Referentiemodellen in het zijvenster te klikken.
  2. Klik in de lijst Referentiemodellen op de knop Model toevoegen.
  3. Als u in het dialoogvenster Model toevoegen eerder gemaakte bestanden met referentiemodeleigenschappen hebt, laadt u het gewenste bestand door de lijst met eigenschappenbestanden bovenaan te selecteren.
  4. Blader naar het referentiemodel door op Bladeren... te klikken.
  5. Selecteer in Groep een groep voor het referentiemodel of voer een naam voor een nieuwe groep in.

    Als u geen naam voor de groep invoert, wordt het referentiemodel in de groep Standaard ingevoegd.

  6. Selecteer in Locatie door het basispunt dat u wilt gebruiken.
  7. Klik op de knop Model toevoegen. Tekla Structures voegt het referentiemodel relatief ten opzichte van het geselecteerde basispunt in door de waarden van het coördinatensysteem, de hoogtemaat en de hoek in de definitie van het basispunt in het model Projecteigenschappen te gebruiken.

Een IFC-model exporteren met een basispunt

Voordat u een IFC-bestand kunt exporteren met een basispunt, moet u een basispunt in uw model maken.

  1. Klik op Bestand > Exporteren > IFC om het dialoogvenster Naar IFC exporteren te openen.
  2. Selecteer in Locatie door een basispunt dat u hebt gemaakt.
  3. Vul andere benodigde IFC-export gegevens in.
  4. Klik op Exporteren. De basispuntoptie exporteert het IFC-model relatief ten opzichte van het basispunt door de waarden van het coördinatensysteem, hoogtemaat, poolgraad, lengtegraad en hoek van de definitie van het basispunt in het model Projecteigenschappen te gebruiken.

Basispunten in tekeningen

Het is mogelijk om door basispunten gedefinieerde coördinatensysteemwaarden in tekeningen te gebruiken. Als u het projectbasispunt Z of de verdiepingswaarde wijzigt, wordt de niveauwaarde overeenkomstig gewijzigd wanneer een tekening wordt geopend.

  • Basispuntgegevens kunnen in tekening- en aanzichtniveau worden gebruikt om het coördinatensysteem in te stellen. Het basispunt kan in plaats van een gegevensoffset worden gebruikt.
  • Als het basispunt is ingesteld, geven de niveauattributen en templateattributen in labels waarden in het specifieke door basispunten gedefinieerde coördinatensysteem.
  • Deze instelling is van invloed op peilmaten en attributen die eindigen op _BASEPOINT.
  • Als het basispunt op tekeningniveau is ingesteld, kunnen de templateattributen _BASEPOINT in tekeningtemplates worden gebruikt.

U kunt Locatie door in de tekeningaanzichteigenschappen instellen om de modeloorsprong, het projectbasispunt of elk door een basispunt gedefinieerd coördinatensysteem te gebruiken. Locatie door gebruikt het projectbasispunt als de standaardwaarde.

Het verschil met N.A.P is alleen van invloed op de attributen TOP_LEVEL en TOP_LEVEL_UNFORMATTED wanneer Locatie door op Modeloorsprong of het projectbasispunt is ingesteld dat in de modeloorsprong is.

U wijzigt de waarde Locatie door als volgt:

  1. Dubbelklik in een geopende tekening op het tekeningaanzichtkader om het dialoogvenster Aanzichteigenschappen te openen.
  2. Op het tabblad Attributen 2 stelt u Locatie door naar een nieuw basispunt of naar de modeloorsprong in.
  3. Klik op Wijzigen.

Voorbeeld van het gebruik van een basispunt in een tekening

In het volgende voorbeeld doet u het volgende:

  1. Maak een plaat met een dikte van 200 mm met de bovenzijde van de plaat op niveau 0 in het model.

  2. Maak een nieuw basispunt 'Controlepunt 1' met verdieping 20000 mm.

  3. Maak een overzichttekening in het bovenaanzicht.

  4. Open de overzichttekening en dubbelklik op het aanzichtkader om het dialoogvenster Aanzichteigenschappen te openen.

  5. Op het tabblad Attributen 2 stelt u Locatie door in op het nieuwe basispunt (projectbasispunt) 'Basispunt 2' en klikt u op Wijzigen.

  6. Voeg een peilmaat toe met de volgende templateattributen:

    • COG_Z
    • COG_Z_PROJECT
    • COG_Z_BASEPOINT
  7. Open de tekening opnieuw.

    Het wijzigen van de waarde werkt niet automatisch het templateattribuut bij maar na het opnieuw van de tekening.

Basispunten in de Layout Manager

U kunt basispunten in de Layout Manager gebruiken wanneer u de locatie van layout-punten definieert.

  • U kunt basispunten als locatiecoördinaten gebruiken bij het exporteren en importeren van layout-punten.
  • Wanneer u basispunten toevoegt, wijzigt of verwijdert, moet u de Layout Manager opnieuw openen of vernieuwen om de gewijzigde basispunten in de Layout Manager beschikbaar te maken.

Basispunt in lijsten en templates

U kunt informatie over het projectbasispunt en de huidige basispuntwaarde in lijsten en templates opvragen.

De volgende tabel geeft de templateattributen weer waar u aan het eind _PROJECT en _BASEPOINT kunt gebruiken, bijvoorbeeld ASSEMBLY_BOTTOM_LEVEL_PROJECT of ASSEMBLY_BOTTOM_LEVEL_BASEPOINT. _BASEPOINT gebruikt het huidige basispunt op dezelfde manier als het werkvlak het huidige werkvlak gebruikt. Als er geen huidig basispunt is gedefinieerd, biedt _BASEPOINT waarden ten opzichte van de modeloorsprong (globaal).

Inhoudstype Attributen

ASSEMBLY , CAST_UNIT en PART

ASSEMBLY_BOTTOM_LEVEL

ASSEMBLY_BOTTOM_LEVEL_UNFORMATTED

ASSEMBLY_TOP_LEVEL

ASSEMBLY_TOP_LEVEL_UNFORMATTED

BOTTOM_LEVEL

BOTTOM_LEVEL_UNFORMATTED

BOUNDING_BOX_MIN_X

BOUNDING_BOX_MIN_Y

BOUNDING_BOX_MIN_Z

BOUNDING_BOX_MAX_X

BOUNDING_BOX_MAX_Y

BOUNDING_BOX_MAX_Z

BOUNDING_BOX_X

BOUNDING_BOX_Y

BOUNDING_BOX_Z

COG_X

COG_Y

COG_Z

START_X

START_Y

START_Z

END_X

END_Y

END_Z

TOP_LEVEL

TOP_LEVEL_UNFORMATTED

LOCATION_BREAKDOWN_STRUCTURE.LBS_FLOOR_ELEVATION

ASSEMBLY.LOCATION_BREAKDOWN_STRUCTURE.LBS_FLOOR_ELEVATION

REFERENCE MODEL , REFERENCE OBJECT en REFERENCE_ ASSEMBLY

BOUNDING_BOX_MIN_X

BOUNDING_BOX_MIN_Y

BOUNDING_BOX_MIN_Z

BOUNDING_BOX_MAX_X

BOUNDING_BOX_MAX_Y

BOUNDING_BOX_MAX_Z

LOCATION_BREAKDOWN_STRUCTURE.LBS_FLOOR_ELEVATION

POUR OBJECT

BOTTOM_LEVEL

BOTTOM_LEVEL_UNFORMATTED

TOP_LEVEL

TOP_LEVEL_UNFORMATTED

LOCATION_BREAKDOWN_STRUCTURE.LBS_FLOOR_ELEVATION

CONNECTION

ORIGIN_X

ORIGIN_Y

ORIGIN_Z

HIERARCHIC OBJECT

LOCATION_BREAKDOWN_STRUCTURE.LBS_FLOOR_ELEVATION

Quick feedback

The feedback you give here is not visible to other users. We use your comments to improve our content.
We use this to prevent automated spam submissions.
Inhoudswaardering: 
Nog geen stemmen