Hallo!

Wist u dat ingelogde gebruikers veel meer inhoud kunnen zien?

tekla_dstv2dxf_<env>.def-bestandbeschrijving

Toegevoegd March 23, 2017 by Tekla User Assistance tekla.documentation@trimble.com

Softwareversie: 
2017

tekla_dstv2dxf_<env>.def-bestandbeschrijving

tekla_dstv2dxf_<env>.def-bestandbeschrijving

Het bestand tekla_dstv2dxf_<env>.def wordt gebruikt bij het converteren van het DSTV-bestand naar de PDF-indeling via tekla_dstv2dxf.exe. Het bevat alle benodigde conversie-instellingen. Het .def-bestand bevindt zich in de map ..\Tekla Structures\<versie>\nt\dstv2dxf.

De conversie-instellingen van DSTV naar DXF worden hieronder beschreven.

Omgevingsinstellingen [ENVIRONMENT]

INCLUDE_SHOP_DATA_SECTION=FALSE

Geef op of er een gedeelte met speciale gegevens in het DXF-bestand moet worden opgenomen om het DXF-bestand beter in de door Shop Data Systems geschreven CNC-software te laten importeren. Door het opnemen van deze speciale gegevens wordt de sectie in het DXF-bestand door AutoCAD onleesbaar.

Opties: TRUE, FALSE

NO_INFILE_EXT_IN_OUTFILE=TRUE

Hiermee wordt de invoerbestandsextensie aan het uitvoerbestand toegevoegd.

Opties:

TRUE : p1001.dxf

FALSE : p1001.nc1.dxf

DRAW_CROSSHAIRS=HOLES

Hiermee tekent u een dradenkruis voor gaten en slobgaten.

Opties: HOLES , LONG_HOLES , BOTH , NONE

HOLES :

LONG_HOLES :

BOTH :

NONE :

SIDE_TO_CONVERT=FRONT

Hiermee definieert u welke zijde van het onderdeel moet worden geconverteerd.

Opties: FRONT , TOP , BACK , BELOW

Hiermee definieert u welk onderdeelvlak in het DXF-bestand wordt weergegeven. Deze instelling is oorspronkelijk ontworpen voor platen.

FRONT is de meest kenmerkende optie. Soms heeft u mogelijk een andere rotatie voor een plaat nodig en dan kunt u proberen of het wijzigen van deze instelling naar BACK helpt. Naast de instelling SIDE_TO_CONVERT is het nodig dat de NC-bestanden met de variabele XS_DSTV_WRITE_BEHIND_FACE_FOR_PLATE ingesteld op TRUE worden gemaakt, zodat de gegevens van de achterzijde van een plaat in het NC-bestand wordt opgenomen.

OUTPUT_CONTOURS_AS=POLYLINES

Hiermee converteert u contouren als polylijnen of lijnen en bogen.

Opties: POLYLINES , LINES_ARCS

Opmerking:

Als u OUTPUT_CONTOURS_AS =LINES_ARCS instelt:

  • Kunnen slobgaten soms een opening/offset tussen een rechte lijn en een boog hebben.
  • Wordt een 3D DXF in plaats van een 2D DXF gegenereerd.

Als u OUTPUT_CONTOURS_AS=POLYLINES instelt, is het DXF-bestand mogelijk niet correct als de NC met de instelling Inwendige hoek=0 wordt gemaakt.

CONTOUR_DIRECTION=REVERSE

Definieer de contourrichting. Deze variabele wijzigt de coördinaten van de hoekpunten en de volgorde waarin ze worden geschreven. U kunt het verschil zien als u het DXF-bestand in een teksteditor opent: 'reverse' is met de klok mee en 'forward' is tegen de kok in.

Opties: REVERSE , FORWARD

CONTOUR_DIRECTION werkt alleen als u OUTPUT_CONTOURS_AS=POLYLINES hebt ingesteld. Als u deze hebt ingesteld om LINES_ARCS te gebruiken, is de uitvoer altijd FORWARD (tegen de kok in).

CONVERT_HOLES_TO_POLYLINES=TRUE

Converteer gaten naar polylijnen.

Opties: TRUE , FALSE

MAX_HOLE_DIAMETER_TO_POINTS=10.0

Converteer kleine gaten naar punten in het DXF-bestand.

Als u MAX_HOLE_DIAMETER_TO_POINTS op een waarde instelt, volgen de gaten met een diameter kleiner dan deze waarde de instellingen van HOLE_POINT_SIZE en HOLE_POINT_STYLE. Met dit soort puntweergave, geven de gatsymbolen niet langer weer of een gat groter of kleiner dan de ander is, maar hebben ze allemaal dezelfde grootte.

HOLE_POINT_STYLE=33 and HOLE_POINT_SIZE=5

Puntstijl en grootte voor gaten.

1 is een cirkel, maar deze instelling wordt niet gebruikt

2 is +

3 is X

4 is een korte lijn

33 is een cirkel

34 is een cirkel met +

35 is een cirkel met X

36 is een cirkel met een korte lijn

SCALE_DSTV_BY=0.03937

Gebruik 0,03937 om naar Engelse eenheden te verschalen.

Gebruik 1,0 om naar metrische eenheden te verschalen.

ADD_OUTER_CONTOUR_ROUNDINGS=FALSE

Voeg gaten aan afrondingen toe. Dit beïnvloedt alleen afrondingen die met de instelling Vorm inwendige hoeken = 1 in het dialoogvenster NC bestand instellingen op het tabblad Gaten en sparingen worden gemaakt. De gegevens van de gatdiameter komt in het DSTV-bestand vanuit de waarde Radius in het dialoogvenster NC bestand instellingen en kunt de gatdiameter niet in de dstv2dxf -converter aanpassen.

Opties: TRUE , FALSE

ADD_OUTER_CONTOUR_ROUNDINGS=FALSE :

ADD_OUTER_CONTOUR_ROUNDINGS=TRUE :

MIN_MATL_BETWEEN_HOLES=2.0

Hiermee definieert u hoe dicht bij elkaar de gaten in de slobgatconversie mogen zijn.

INPUT_FILE_DIR= and OUTPUT_FILE_DIR=

Mappen voor invoer- en uitvoerbestanden.

DEBUG=FALSE

Geef gegevensverwerking in het DOS-venster weer.

Opties: TRUE of FALSE

Tekstspecificaties [TEXT_SPECS]

TEXT_OPTIONS=PQDG

Hiermee definieert u de tekstopties die u in het DXF-bestand wilt gebruiken:

S voegt een zijdelabel toe (zijde: v)

P voegt een onderdeellabel toe (onderdeel: P/1)

B voegt een onderdeellabel en zijdelabel toe (onderdeel: P/1 zijde: v)

Q voegt het aantal toe (aantal: 5)

G voegt de staalkwaliteit toe (materiaal: A36)

T voegt de dikte toe (dikte: 3)

D voegt de profielbeschrijving toe (beschr: FL5/8X7)

TEXT_POSITION_X=30.0 and TEXT_POSITION_Y=30.0

De X/Y-locatie van de linkerbenedenhoek van de eerste regel met tekst vanaf de oorsprong van het <0,0> van het DXF-bestand.

TEXT_HEIGHT=0.0

TEXT_HEIGHT wordt niet gebruikt. De teksthoogte is altijd 10,0, ook in tekstlayers.

Prefixen voor het tekstitem

U kunt meerdere verschillende prefixen voor tekstitems definiëren. De prefix wordt alleen in het bestand geschreven als de optie CONCATENATE_TEXT op 0 is ingesteld.

U kunt de volgende prefixdefinities gebruiken:

PART_MARK_PREFIX=Part:

SIDE_MARK_PREFIX=Side:

STEEL_QUALITY_PREFIX=Material:

QUANTITY_PREFIX=Quantity:

THICKNESS_PREFIX=Thickness:

DESCRIPTION_PREFIX=Desc:

CONCATENATE_TEXT=1

Combineer tekstitems (onderdeellabel, aantal, profiel, kwaliteit) in één of twee regels.

Opties:

0: De tekstregels worden niet gecombineerd. Prefixen werken alleen met deze optie.

1: De tekst van het onderdeellabel op één regel, andere teksten gecombineerd op een andere regel.

2: Alle tekst op één regel.

CONCATENATE_CHAR=+

Definieer een scheidingsteken van maximaal 19 tekens voor de tekstitems.

Voorbeelden van verschillende tekstspecificaties

De volgende instellingen worden in het onderstaande voorbeeld gebruikt:

TEXT_OPTIONS=PQDG

TEXT_POSITION_X=30.0

TEXT_POSITION_Y=30.0

TEXT_HEIGHT=0.0

PART_MARK_PREFIX=Part:

SIDE_MARK_PREFIX=Side:

STEEL_QUALITY_PREFIX=Material:

QUANTITY_PREFIX=Quantity:

THICKNESS_PREFIX=Thickness:

DESCRIPTION_PREFIX=Desc:

CONCATENATE_TEXT=1

CONCATENATE_CHAR=+

De volgende instellingen worden voor het onderstaande voorbeeld gebruikt: TEXT_OPTIONS=B, CONCATENATE_TEXT=0 :

Diversen layers [MISC_LAYERS]

Entiteit Layernaam Kleur Teksthoogte Uitvoer als
TEXT TEXT 7 Wordt niet gebruikt, altijd hetzelfde als de algemene teksthoogtedefinitie 10,0.  
OUTER_CONTOUR CUT 7    
INNER_CONTOUR CUTOUT 4    
PART_MARK SCRIBE 3 Stel voor deze variabele geen waarde in. Als u er één instelt, wordt het DXF-bestand niet gemaakt.  
PHANTOM LAYOUT 4    
NS_POP_PMARK NS_POP_MARK 5   POP_CIRCLE 2.0 ( POP_CIRCLE of POP_POINT gevolgd door grootte)
FS_POP_PMARK FS_POP_MARK 6 1.0

Deze ‘1.0’ is de diameter van het gat dat voor de andere kant van de centerpunten wordt gebruikt. Het moet overeenkomen met de waarde in de optie ‘doorboren‘ in het bestand machinex.ini.

POP_CIRCLE 2.0 ( POP_CIRCLE of POP_POINT gevolgd door grootte)

Kleurtabel

1 = rood

2 = geel

3 = groen

4 = cyaan

5 = blauw

6 = magenta

7 = wit

8 = donkergrijs

9 = lichtgrijs

Gatlayers [HOLE_LAYERS]

Layernaam Min. diameter Max. diameter Kleur
P1 8.0 10.31 7
P2 10.32 11.90 7
P3 11.91 14.0 7

Sleuflayers [SLOT_LAYERS]

Het type en de kleur zijn van invloed op het symbool, maar de kleur van de sleufomtrek of -pijl (phantom) wordt gedefinieerd door de layerdefinitie PHANTOM in de definitie MISC_LAYERS.

Layernaam Min. diameter Max. diameter Min. ‘b’ Max. ‘b’ Min. ‘h’ Max. ‘h’ Type Kleur Phantom
13_16x1 20.62 20.65 4.75 4.78 0.0 0.02 3 3 PHANTOM_OUTLINE
13_16x1-7_8 20.62 20.65 26.97 26.99 0.0 0.02 3 3 PHANTOM_OUTLINE

Hieronder ziet u drie voorbeelden met verschillende phantom-typen. De andere gebruikte instellingen zijn Slot type=1 , HOLE_POINT_STYLE=33 en HOLE_POINT_SIZE=1.

PHANTOM_ARROW :

PHANTOM_BOTH :

PHANTOM_OUTLINE :

PHANTOM_NONE :

Raadpleeg onderstaande afbeelding voor uitleg over de maatlijnen 'b' en 'h':

Voorbeelden van sleuftypen

De volgende voorbeelden gebruiken verschillende sleuftypen, maar de andere instelling zijn hetzelfde:

  • De sleuflayerkleur is 3 (groen).
  • De gatlayerkleur is 6 (magenta).
  • De phantom-layerkleur is 1 (rood).
  • Het phantom-type van de sleuflayer: PHANTOM_OUTLINE
  • De instellingen van het gatpunt: HOLE_POINT_STYLE=35 , HOLE_POINT_SIZE=10
Sleuftype Omschrijving
SLOT_TYPE_1

Eén gatsymbool voor het midden van de sleuf. Het gatsymbool volgt de instellingen HOLE_POINT_STYLE en HOLE_POINT_SIZE. Het sleufsymbool wordt gemaakt volgens de geselecteerde phantom-instelling (in dit voorbeeld PHANTOM_OUTLINE ). De cirkelkleur volgt de sleuflayerkleur en de sleufkleur volgt de phantom-layerkleur.

SLOT_TYPE_2

Twee gatsymbolen voor de sleuf. Het gatsymbool volgt de instellingen HOLE_POINT_STYLE en HOLE_POINT_SIZE. Het sleufsymbool wordt gemaakt volgens de geselecteerde phantom-instelling (in dit voorbeeld PHANTOM_OUTLINE ). De kleur van het gatsymbool volgt de gatlayerkleur en de sleufkleur volgt de phantom-layerkleur.

SLOT_TYPE_3

Eén cirkel voor het midden van de sleuf. De grootte van de cirkel komt overeen met de werkelijke gatgrootte. De cirkelkleur volgt de sleuflayerkleur en de sleufkleur volgt de phantom-layerkleur. Het sleufsymbool wordt gemaakt volgens de geselecteerde phantom-instelling (in dit voorbeeld PHANTOM_OUTLINE ).

SLOT_TYPE_4

Twee cirkels voor de sleuf. De grootte van de cirkel komt overeen met de werkelijke gatgrootte. Als de cirkels elkaar zouden raken, wordt er slechts één cirkel in het midden van de sleuf gemaakt. Het sleufsymbool wordt gemaakt volgens de geselecteerde phantom-instelling (in dit voorbeeld PHANTOM_OUTLINE ). De cirkelkleur volgt de gatlayerkleur en de sleufkleur volgt de phantom-layerkleur.

SLOT_TYPE_5

Een gatsymbool voor het eerste sleufmiddelpunt. Het gatsymbool volgt de instellingen HOLE_POINT_STYLE en HOLE_POINT_SIZE. Het sleufsymbool wordt gemaakt volgens de geselecteerde phantom-instelling (in dit voorbeeld PHANTOM_OUTLINE ). De kleur van het gatsymbool volgt de gatlayerkleur en de symboolkleur volgt de phantom-layer.

SLOT_TYPE_6

Eén cirkel voor het eerste sleufmiddelpunt. Het sleufsymbool wordt gemaakt volgens de geselecteerde phantom-instelling (in dit voorbeeld PHANTOM_OUTLINE ). De cirkelkleur volgt de gatlayerkleur en de symboolkleur van de sleuf volgt de phantom-layerkleur.

SLOT_TYPE_7

Er wordt geen gatsymbool gemaakt. Het sleufsymbool wordt gemaakt volgens de geselecteerde phantom-instelling (in dit voorbeeld PHANTOM_OUTLINE ). De sleufkleur volgt de sleuflayerkleur.

Quick feedback

The feedback you give here is not visible to other users. We use your comments to improve our content.
We use this to prevent automated spam submissions.
Inhoudswaardering: 
Nog geen stemmen